maandag 2 mei 2016

16 Vertrek naar Gambia

Amsterdam. Klaar om om kwart over vijf naar Gambia te vliegen. Alles staat gepakt. Dat wil zeggen, het reservewiel, de tas met kinderkleding en schoentjes, mijn eigen tas, de (nog niet gevulde) koelbox en mijn rugzak. En eigenlijk wil ik de dweilemmer nog in een tas mikken. Want iedere keer als ik er eentje in Gambia koop, zakt die door zijn hoeven na een keer de mop erin uit wringen. Chinese troep.
Ik tik dit stukje even via mijn tablet, op het kleine keybordje. Check check. Doet alles het nog? Of voor de zekerheid toch maar mijn kleine laptopje ook meenemen?  Twee maanden  is iets anders dan twee weken dus zekerheid voor alles. Wat ik er ga doen vraagt menigeen. Doen? Ik ga proberen eens even niets te doen. Dat zal niet lukken want in mijn achterhoofd heb ik al gepland om de veranda te gaan betegelen. Werk voor de metselaar! En dat betekent voor mij alles organiseren qua koffie, thee, lunch, cement etc etc. En niet in de laatste plaats  'erbij blijven'. Want er niet bij zijn betekent niet werken of alles anders interpreteren. Verder hoop ik dat Malang weer gezellig bij me komt wonen. Dat geeft structuur. Naar school gaan, wassen, eten, slapen, boekjes lezen en tekenen. Hij bleek laatst reuze in zijn nopjes toen hij bij Marijke aan de slag mocht met krijtjes. Dus zit er in de tas allerhande tekenmateriaal. Van verf met kwasten tot pastelkrijt en tekenboeken.
Wat er verder voor mijn voeten komt hoef ik nu nog niet te weten. Het dient zich vanzelf aan. Deze heeft kiespijn en moet naar de tandarts, die is zwanger en heeft geen geld voor medicijnen, etc etc.
De timing is prima. 'Mijn mannen' zijn allemaal onder de pannen. De laatste leerlingen heb ik samen met Marco naar Gilze begeleid. Dit weekend kwam er nog gauw even eentje over uit Limburg om het  Eritrese paasfeest in Amsterdam te vieren. Met als gevolg dat ik zaterdagavond opeens tussen honderden opeen gepakte Eritreeërs in de kerk zat. Geschokt om zoveel onbekendheid. De vrouwen in witte doeken tot ver over hun hoofd en een vals gejengel (sorry maar er was geen melodie in het bidden terug te vinden). Veel gebuig van een beetje tot diep gebogen om de vloer te kussen.En ik zat daar weer als enige Hollandse opvallend te wezen met mijn witte haren en jas met bontkraag. Mehari was meer dan blij dat hij het jaarlijkse Paasfeest kon meemaken na een maand vasten. De dag erop zijn laptop geïnstalleerd en gevuld met Nederlandse lesjes etc.  Mijn huisgenoot Daniele bracht hem naar het Centraal station omdat ik inmiddels geen poot meer kon verzetten na de dag ervoor met hem rondgereden te hebben op de fiets (hij dus achterop).

Wanneer zeg je nou eens "Nee!"  roept Marijke op Skype. "Nooit!"  roep ik terug. "Tot morgen! ik heb paasbroodjes bij me en roomboter!"  Onder andere uiteraard, maar dat laat ik aan een ieders fantasie over ;-)
Ik groet jullie en hoop jullie te zien op Facebook waar ik -insjallah-  mijn stukjes ga linken. 

Dahag!!! groetjes Tien

dinsdag 22 maart 2016

15 inpakken en wegwezen

Amsterdam 04:21 uur
Het is twee keer vierentwintig uur later. Een zware laptop op het dekbed. Het wachtwoord ben ik vergeten. Het is stil en nog nacht. Buiten is het donker met heel veel lichtjes. Geel en wit en groen in de verte van de boei in het water van het IJ. Rode puntjes boven elkaar verraden een zendmast. Ik word wakker van de schommels. De schommels in de mangoboom..
“Ay,  vergeten ze eraf te halen!” Half dromend repeteer ik een sms naar Omar die de bananen gaat verzorgen. Korter! Niet zo uitgebreid. Geen verleden tijd gebruiken! “..Please, I forget the swingers. Can you take them out of…” Niet goed. Eerst begroeten, altijd begroeten. “Sumulee, ibidjee, korte nante..”. Niet goed, dan is de sms vol voor ik hem verteld heb wat ik wil zeggen. Langzaam word ik echt  wakker en knip het licht aan. In plaats van de sms te schrijven schuifel ik met ‘blote voeten op het koude zeil’ naar de huiskamer  om de laptop te pakken. Geen idee waar ik hem gelaten heb. Zeker weer verstopt voor eventuele dieven.


Om vier uur in de Afrikaanse nacht kan ik niet meer slapen. Ik moet nog zoveel doen en om tien uur zullen Pap en Omar, Matou en Lamin wel voor mijn neus staan. Dan moet ik voor iedereen de laatste Nescafe verzorgen en kom aan pakken niet meer toe. En geld tellen en verdelen doe ik zeker niet in hun aanwezigheid. Daar worden ze maar gek van.  Op slippers schuifel ik achter de WakaWaka aan naar het toilet en overdenk onderwijl waar te beginnen. De bananen, die zitten me niet lekker. De enorme lange trossen hadden Omar en ik  dagen geleden al gekapt en in ‘sinjang leaves’ gelegd om ze snel te laten rijpen zodat ik er wat van mee kon nemen. Als ik ze te lang erin laat worden ze overrijp of zelfs rot. Ben ik niet al te laat nu?  Van terug naar bed komt het niet meer. Ik ruk de zakken open en ontdek dat die goed nat zijn van binnen. De bananen graaf ik onder de takken met bladeren vandaan.  Gelukkig nog op tijd. Niet verrot en zelfs nog niet echt rijp! Maar hoe nu verder? Met die takkenbossen in het vliegtuig? Zelfs mij lijkt dat te absurd. En dus begin ik de bladeren van de takken te ritsen. Geen moeite want ze zijn al aardig aan het verleppen. De tegelvloer van de slaapkamer die ik zo netjes aangeveegd had ligt vol met dunne twijgjes en dikke takken. De bananen, inmiddels in trossen gesneden, leg ik ongerust terug in hun bedje en knoop de zak weer dicht. De volgende zak is aan de beurt. Hierin liggen de 'originals'. Volgens Omar de juweeltjes onder de bananen. Korte dikke gele banaantjes. Vaak als Siamese tweelingen aan elkaar gegroeid. Ze komen van de ‘moeder’. Een knoest in de grond met wat jonge scheuten die pas  veel later dan de andere planten grote bladeren krijgt en vrucht gaat dragen. Ook deze banaantjes zijn nog niet rijp. De takken worden weer verwijderd en de bladeren teruggelegd. Zak dicht en later maar bedenken hoe het vervoer moet.

Ondertussen haal ik het bed af en sorteer de was. Ik vroeg mijn sponsordochter  of zij het kon wassen en bewaren voor als ik terug kom. Ik moest erbij zeggen dat ze de vrolijke Ikea dekbedhoes niet mocht gebruiken. Anders was hij tegen oktober volledig verschoten door de zon en verknald door het ruige wassen-op-de-hand.   “Of course not Mama!” riep ze verbolgen uit, alsof het idioot was dat ik daaraan dacht. Jaja.. Het nu echt te vieze muskietennet  draai ik in een knoet en stop het in de koffer. Op veertig kilo bagage valt dat in het niet. De uitgooi-tent had ik de dag ervoor al klaar gezet, evenals het strandstoeltje en de selfinflatable mat. Wat had ik toch in mijn hoofd gehaald daarmee? Wilde ik gezellig kamperen in die hitte hier met T.?! Volledig absurd, bovendien is T. er helemaal niet meer. Allemaal ballast. Weg ermee, terug naar Nederland. Ik pak mijn koffer verder in. Medicijnen, behoorlijk gehalveerd. Allerhande snoertjes en laders. De kerstverlichting haal ik van de siertralies voor het raam en die van boven het bed. Die van het wc raampje dan ook maar. En opeens is de Roundhut ontsierd. Het is gebeurd, ik ga echt weg. De batterijtjes plak ik netjes af met plakband en stop alles in een van de aluminium kisten die straks op slot gaan.
Na uren pakken voel ik hoe mijn lijf doodmoe is. Ik voel wallen onder mijn ogen. Het is inmiddels zeven uur en de zon komt net boven de mangoboom uit. Ik besluit dat ik alles redelijk onder controle heb en ga nog een uurtje slapen.
Na vijf kwartier schrik ik weer wakker. Die bananen, dat kan echt niet. Deel ze uit Tien! Je lijkt wel gek om die mee te willen nemen op het vliegtuig. Wat als ze je op Schiphol weer eens aanhouden. “Niets om aan te geven mevrouw? Weet u zeker dat u weet wat er op de lijst staat van spullen die niet mogen?!” Ik heb geen idee of bananen mogen. En dan nog vijftien grapefruits.. De zakken gaan weer open. Die bladeren kunnen echt niet, eruit! Tot mijn grote verbazing zijn ze in die paar uur tijd rijper geworden. Het gaat opeens keihard. Ok, volgend probleem. Hoe zorg ik dat ze niet als pap aankomen? In de koffer tussen de tentmat dan maar? Naast de slaapmat? En zo gebeurt. Even later staan er twee koffers klaar voor vervoer naar de airport in Yundum. Een zware en een  verdacht lichte. Wat trossen heb ik eruit gelaten om aan mijn mensen te geven. Om te voorkomen dat ze denken dat ik mijn eerste oogst volledig mee zou nemen. Zo moet het toch kunnen. Waarom ook niet? Ik kom toch uit Afrika? Misschien wel de titel van ‘ooit-mijn-boek’: Een Koffer Vol Bananen..

zondag 20 maart 2016

14 een laatste dag

Zo snel als het donker invalt 's avonds, zo hard doet de zon haar best binnen een half uur weer boven de bomen uit te komen. Het lijkt nu nog mistig, het is kwart voor zeven, en het grijsgroen buiten overheerst. Na een nacht vol dromen wil ik eigenlijk nog slapen. Maar dan komt van schrijven niets meer. Dus dan maar half half: schrijven in bed.
Het is weer eens 'een laatste dag'. Want al zo vaak was het zo'n dag. Was het niet op Vlieland om de tent af te breken dan was het wel hier in Gunjur. In beide gevallen ben ik dagen in de weer met spullen sorteren. Wat mag weg? Wat gaat achter slot en grendel?  En deze keer ook: wat gaat er mee terug naar huis? Naar Afrika breng je alleen spullen. Je neemt het nooit mee terug want dan geef je het weg. In mijn enthousiasme samen met T. terug te gaan, fantaseerde ik dat we een trip zouden maken. Tentje mee. Van een uitdaging is dat nu alleen maar ballast geworden. De luxe selfinflatable mat is aangevreten door de ratten die huis hielden in de store. Gelukkig slechts de randen. In de opwerptent leken ze geen trek te hebben, die is nog heel. Nu fantaseer ik een nieuwe trip. Met de fietsendrager op de jeep in Amsterdam - ja ik heb er twee ;-) - tentje en mat mee, door Frankrijk of weet-ik-wat. Alsof ik daar tijd voor heb. Op 26 april begint het seizoen op Vlieland en kan ik mijn tent opzetten. Terug naar hier, nog alle tijd voor Nederland.
De markt in Brikama gisteren. Kleurrijke stoffen, nieuw: allemaal in plastic verpakt. Je kunt er niet aan voelen en moet maar geloven dat het 'real cotton' is. Met leeuwenletters ORIGINALWAX op alle pakketten. Maar het woord Nederland - Helmond? - komt er niet in voor (wij produceren die beroemde waxes).Dat plastic verbaast me. Sinds de president alle plastic verboden heeft, op straffe van een fikse boete als je het toch gebruikt -loopt iedereen rond met van rijstzakken genaaide tasjes of vage tasjes van vliesmateriaal. In felle kleuren hangen die aan de stalletjes. Tien dalasis per stuk waarschijnlijk. Die beslissing zal ook behoorlijk ingegrepen hebben op de kleine vrouw die per tomaat of ui verkoopt. Alles werd in de zwarte zak met kalenderopdruk geduveld In flarden vond je die terug langs de wegen. Bermen vol met zwart plastic. Wat dat betreft is het een goede beslissing. Pindaatjes worden nu niet langer per kinderhandje in plastic maar in een bruin papieren puntzakje verkocht. De meisjes lopen ermee rond op het strand. In het puntzakje openvouwen is ons meisje nog niet erg gewiekst. Uiteindelijk kan ze de inhoud tonen, een onderste puntje is slechts gevuld. En de prijs is van vijf dalasis verdubbeld naar tien. De prijs van het papieren tuutje? Afrikananen zijn vindingrijk en zo'n beslissing van regeringswege wordt direct omgezet naar de praktijk blijkt wel.
Kleurige plastic emmers en teilen in soorten en maten. Ja dat plastic mag wel, hoewel de houdbaarheidsdatum van dat spul ook flink te betwijfelen is als ik regelmatig de gebroken zooi op de compounds zie. Pannen in diverse groottes van giet-aluminium, opgetast in hoge torens. Strijkbouten op kooltjes van hetzelfde grijs glimmende materiaal. Zo prachtig als het eruit ziet, zo slecht is het voor het eten. Aluminium staat al jaren op de zwarte lijst qua eten in koken. Vloermatten van geweven plastic draden staan in rollen langs de kant. Ook hier weer in alle kleuren van de regenboog. De groentestallen doen er niet voor onder. Bergjes rode tomaten tussen nat gehouden groene sla. Paarse aubergines naast oranje wortelen. Bruine uien naast hoopjes Maggiblokjes. Verrast kijkt de vrouw achter de stal op: daar is ze .. "my customer!" mijn klant.. roept ze blij en steekt twee handen uit. Een paar keer per week deed ik de 'groentenhoek' aan, gammele tafeltjes of zeiltjes op de grond. De dames zittend op een oude emmer of jerrycan. Geen parasol voor de hitte, nathouden en strategisch je plek met schaduw innemen.  Bij die kocht ik sla, bij een ander de tomaten en en bij de derde kool en aubergines. Dat verdween in de koelbox die ik meesjouwde om niet met verlepte zooi thuis te komen. "Sumulee... i bidjee.. jaja... korte nante.." lach ik terug. Ik koop niks sorry, en maak een schuin gebaar met mijn hand de lucht in. "Plano" , vliegtuig, maak ik ze duidelijk. Hun gezichten betrekken. Deze klant kunnen ze schudden zie ik ze denken. "For njato dmanding!" beloof ik, ik kom gauw terug! En zwaai nog even achterom als ik Malang achter me aanzeul de rest van de markt op. De stinkende vissenmarkt, het relatief schone sierradengedeelte, de tweedehands kleren hoek, vol met bergen verwassen Europese hemden, onderbroeken, bh' s en jeans. "Dalasi tang! Dalasi tang!" klinkt het uit een luidspreker. Bij wie het hoort of op welke berg het slaat.. geen idee. Als ik er iets uittrek voor Malang proberen ze vijftig in plaats van de beloofde tien dalasis te krijgen. Nul op het rekest en sleep Malang verder over de onregelmatige keien, stenen, stukken ijzer, door stinkende plassen en droog zand.
 

De markt. De plek waar ik vrolijk van wordt. En doodmoe. Want dat slepen in de hitte, ook al is het tegen vijven, en dat tegen de zon in kijken is dood vermoeiend. Malang sjokt en sjokt op zijn slippers en hangt aan mijn hand. Ik beloof hem dat we drinken gaan kopen in de minimarket. Hij is te suf om enthousiast te doen en knikt slechts. Ik koop bekertjes yoghurtdrank met couscous onderin. Dat vult hopelijk meteen een beetje, want hij zal wel honger krijgen. Als we tegen zevenen in het schemer terugrijden naar Gunjur - de palmbomen steken scherp af tegen de zachtoranje hemel - is Malang in slaap gesukkeld op het kleine achterbankje. Een wonder dat hij er niet afvalt met al dat gehobbel. Thuis draag ik hem uit de jeep en leg hem voorlopig even op het rieten bankje. Eerst zelf even alles regelen. Het roestige ijzeren hek proberen dicht te krijgen - ramramram! sla ik de deur met een end hout. .piep piep doen de ijzeren schuiven - de spullen naarbinnen en zelf snel even een emmer over mijn kop. Eten slaan we maar over vandaag. Met een natgemaakte punt van de handdoek maak ik Malangs slapende toet en handjes schoon. Zo moet het maar voor een keertje. Nog even piesen en dan naar bed.
Op de tafel in de kamer staat een nog koud biertje. Gekregen van Tien1 die mee was naar de markt. Ik kan het niet opbrengen het te openen. Drink een beker melk en plof onder het muskietennet op bed. Genoeg voor vandaag. Morgen weer een dag. De laatste...

vrijdag 18 maart 2016

13 Mozart in de Roundhut

Strelen over zacht fluweel. Aaien door een vette schapenvacht. Mozart piano concert in de Roundhut voelt als Werner Herzogs Fitzgaraldo: klassieke muziek die door het oerwoud schalt. Totaal misplaatst maar daarom juist zo prachtig. Muziek, link als de hel want het maakt zacht, onbeschermd. Herinneringen krijgen een kans. Niet zo moeilijk ook op een dag als deze. Bij de lodge Nemasu begon het. We waren straal verliefd en vrijden op het strand onder de maan. Je kan nog zo boos zijn, herinneringen laten zich niet uitvegen. De bantaba, nu bij daglicht, hoe kon het toch zo mis gaan? Thuis in de Roundhut half liggend in de stoel, na een bad en Malang al op bed. "Where is Tapha Tin?" Hij mist je. Wat had je genoten hier. Van de rust, de maan en de sterren. Van wijdbeens zitten op de veranda met een kop thee. Een knipoog in het donker. En verder niet zoveel tekst. Je was geen prater..
Het is vrijdag. Ben je naar de moskee geweest? Met je vrienden? Heb je eigenlijk vrienden daar? Of ben je alleen? Mis je Gambia niet vreselijk? Je familie? Mij misschien? Hoe kan je zo totaal verdwenen zijn? Ik huil zoute tranen lief. Want heel diep in mijn lijf zit je er nog. Ik zorg dat ik het druk heb, te druk. Geen plek voor jou. Maar even zitten met zachte muziek, hoe zal ik het zeggen, het is of je me zacht over mijn hoofd aait. Ik denk dat je allang spijt hebt. Zo dom om de verhaaltjes van een Gambiaanse 'vriend' in Amsterdam te geloven. Gouden bergen hier in Europa. Niet teruggaan hoor. Ik help je wel! Morgen kom ik je halen. Niks meenemen, dan heeft ze niks door. Alleen je paspoort. Zo moet het gegaan zijn. Je had niet eens een jas aan of je rugzak mee. En dat terwijl het koud was die dag in januari. Dom dom dom.En dit kan nooit meer terug gedraaid. Papieren kun je wel  vergeten en illegaliteit is je toekomst.
Ondanks alles.. ik mis je.. ongelooflijke klootzak! Stupide goedgelovige Gambiaan!

donderdag 17 maart 2016

12 laatste werkdag?

Tien uur, de zon staat al weer hoog aan de hemel. Buiten worden stenen kapot geslagen. Het geluid van scheppen in zand. Binnen in de Roundhut stilte. Slechts het suizen in mijn oren. De eerste drie uur van de deze dag is opgegaan aan opdrachten geven.. "You: fetch water at the well.. Come with me. You! And You! You want work? No problem. i give you breakfast." En dan heb ik het nog niet over Malang op tijd naar school krijgen met een gevulde maag..
Dat ik in Nederland me afvroeg hoe ik het allemaal in mijn eentje moest rooien is bijna absurd. This is Africa. Mensen willen graag werken voor geld.. Als jongens weten dat ze thee en brood krijgen , staan ze te popelen om kleine jobs uit te voeren. En dan vaak na het werk nog schoenen, T-shirts of een lichtgevende stickerpakket. En een beetje geld. De kleine jongens - een jaar of tien schat ik - halen water uit de put op en scheppen later zand in emmers om de vloer van de garage op te hogen voordat Marena het laatste beton stort.  Het water van de tap aan de weg scheurt er doorheen met al die koppen koffie en thee en al dat afwassen. Ik rijd met de grootste jongen- moeilijk te schatten maar hij kan zomaar achttien zijn - naar de hoofdweg om zes enorme jerrycans te vullen. Voor drinkwater en afwas. Het blijft wennen  om toe te kijken hoe hij na het vullen de loodzware cans in de jeep zet. Ik doe dat niet meer sinds het me een jaar gekost heeft om de hemstring blessure te helen.  Daarentegen help ik een klein meisje  de hoofdweg over, dat probeert met een kruiwagen en daarin zo'n zelfde loodzware can op blote voetjes over te steken. Zo'n kruiwagen lukt me nog wel. "Thank you " roept de taxi chauffeur die toevallig net stopt. Ik ben in de consternatie van de vele verschillende  opdrachten vergeten de lege water flessen mee te nemen. Dus  vul  ik de stoffige flessen thuis. Drinkwater voor de werkers, want te weinig drinken levert geheid hoofdpijn op. en dan kan ik weer met paracetamol aan de gang.
Binnen is het een bende. Hoe ik dit voor maandag allemaal aan kant krijg en opgeborgen voor de komende maanden.. voor alsnog een raadsel.  Omar is een ruit aan het inzetten in de logeerkamer. Al een jaar waait de wind er doorheen. Nu moeten alle klussen geklaard. Het glas moest uit 'de stad' komen en een meetlint was niet voor handen. Precies zeven dagen heeft dit klusje in beslag genomen. maar nu hoor ik Omar dan toch de siliconenkit in de sponning smeren.
De gammele ijzeren deur van de poort rammelt. Hopelijk geen bezoek. Ik moet mijn kop georganiseerd krijgen. Vandaag zou de garage klaar zijn. Het 'store' gedeelte krijgt vandaag een betonnen vloer. Of dat nog binnen het contract viel, vroeg Marena voorzichtig. "Ja natuurlijk!" antwoord ik lachend. "And you forget I give you thousand extra?!" Hij doet of hij dat vergeten was en lacht terug. Leuk geprobeerd. Sinds Omar me verteld dat Marena een kei is in smoezen verzinnen, bel ik hem 's ochtends op. "You come today, koddi? Toch?" Ik vertel hem dat de koffie en de havermoutpap op hem wachten. Simpel. Het werkt. 

Ik zal blij zijn als ik hier de komende dagen alleen ben met Malang. Dan kan ik me hopelijk concentreren op de tuin en het huis. In juni begint het regenseizoen. Ik zal pas in oktober hier terugkomen. Hoe het moet met de planten en bananen tot juni.., daar breek ik nog even mijn hoofd over. In Nederland kun je misschien wel iemand vooruit betalen. Hier kan je dat vergeten. Ze steken het geld in hun zak en je ziet ze daarna niet meer terug in het slechtste geval. Zonder controle  wordt er domweg niet gewerkt. Nog drie dagen om daar over na te denken. Maandag brengt Omar me met mijn eigen jeep naar het vliegveld. Sponsordochter Mama en Malang gaan uiteraard mee. Op de terugweg zal Omar de jeep in de spiksplinternieuwe garage zetten en het met een nieuw hangslot afsluiten. Daar blijft hij 'insjallah' tot ik terugkom.
Maar eerst nog even een en ander doen hier.. En iedereen nog even bezoeken en gedag zeggen "in Imbarra Tineke!" zeg ik tegen mezelf. Zet hem op! Ik ben kapot moe. En die ruit ligt nog gewoon op mijn matras :-( Er zal wel weer iets niet zijn waardoor het niet afgemaakt kan worden.  Pffffht!
 De weerapp zegt dat het 26 graden is en dat zal nog flink oplopen.. Koud Europa - die andere planeet - wacht.

maandag 14 maart 2016

11 Opschieten..Iteria!

11 Opschieten.. naar school!
Een-twee-drie-vier , 1-2-3-4  1-2-3-4, Rennen Malang! Iteria! Iteria! Opschieten. Naar school! Malang doet zo waar zijn best om in marstempo buurvrouw Sibou in te halen die al om de hoek verdwenen is. "Sibou-oooo!" riep ik om vijf voor acht, hinkend naar haar compound aan de overkant van ons zandweggetje. "Kanaale Sibou! Domoro!"  Hij komt eraan Sibou, nog even eten..
Geen kind krijgt hier ontbijt 's ochtends. En al helemaal geen havermoutpap met appel en een kop thee. Hooguit zitten ze in alle vroegte op hun hurkjes rond de schaal met overgebleven rijst van de vorige avond. Ze eten met hun handjes en gaan met een smerige toet naar school. Geen oma die hun snoet afveegt, hun neuzen snuit of hun een tandenborstel met tandpasta aanreikt. "Je verwent hem te veel" hoor ik Marijke in gedachten zeggen. Kan zijn, denk ik. Volgens mij kun je kinderen niet verwennen. Ik geef Malang bagage mee voor later. Dat doe ik al van voor zijn geboorte toen hij nog in Matou's buik zat. Ze was vreselijk zwaar en kon op het laatst haast niet meer lopen. En hij wou maar niet komen. Hij zat daar goed, van alles voorzien. En een toekomstige oma die elke ochtend door de buik sprak: "Kom op kleine olifant! Het is tijd!" Toen Matou uiteindelijk op het bed in de delivery room lag van ons plaatselijke kliniekje, vond hij het genoeg om alleen met zijn lijfje eruit te komen. De vroedvrouw wist daar wel wat op en nam hoog op de buik van de moeder plaats en perste het veel te grote koppetje eruit onder luid geschreeuw van de moeder. Daar was ie dan eindelijk. Matou had geen oog voor hem. Ze kreunde en huilde en keerde haar hoofd af van het kindje dat de vroedvrouw haar voor hield. Even later, toen ik mijn camera had weggelegd, lag hij op mijn schoot. Nee, niet in mijn armen. De vroedvrouw legde hem afstandelijk op mijn knieën. Daar was ie dan eindelijk.  Ik mocht hem hebben. "No way!" riep ik uit. "Ik heb nooit kinderen gewild en die ga ik op mijn zestigste dus ook niet nemen. I will be his grandmother,  his MamaMusoo."
Een week later werd hij 'gedoopt' en kreeg de naam van mijn familie achter zijn eigen familie naam. Malang Manneh Kalis. Heel vaak nog zou zijn moeder niet zonder trots roepen: "Dit kind is zo anders dan al mijn andere kinderen,  he is like an old man, so wise.. he is a Kalis.."
Mamamusoo wordt nu alleen nog in het dorp en op de beach geroepen door de vissersvrouwen. Matou, zijn moeder, noemt me MamaTin.
Ik hoor de piepende ijzeren deur van de poort opengaan.  Als ik me omdraai om te kijken wie me gaat storen, zie ik Omar binnenkomen met drie mannen en een kruiwagen achter hem aan. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is begroet ik het viertal in het uitgebreide Mandinka en schudt ze de hand. Blij verrast om zo welkom te worden geheten door een toubab roepen ze: "Yes, tea! of course!"  als ik vraag of ze thee willen. Omar fluister ik in dat hij koffie krijgt. Dat ik niet genoeg heb voor vier man. Hij lacht. Omar is de eigenaar van de compound en - na mijn dood insjallah - daarmee de eigenaar van de Roundhut. Sinds T.'s verdwijnen zal dat me een worst wezen. Vorig jaar ben ik daar totaal van door het lint gegaan. "Over mijn Lijk!" gilde ik overstuur. "T. moet de Roundhut erven." Volgens Afrikaanse wetten zou hij na mijn dood moeten vertrekken naar elders en de Roundhut verlaten. "Jij leeft nog zeker 25 jaar.." riep Marijke. En daarmee  werd ze door mijn jongens een 'marabou' genoemd.. een waarzegger.  En zo lijkt - you never know..-  het probleem van de 'Roundhut erven' opgelost. Dank je wel T. Dit scheelt me een hoop stress.
Ik zet water op voor thee voor Omars werklui. Pleasen is niet mijn sterkste kant, maar het moet. Omar drinkt met mij binnen de koffie op in tegenstelling tot zijn werklui. Aan tafel met Omar val ik weer eens van de ene  verbazing in de andere. Ik vertel hem dat Marena gisteren pas om vier uur op kwam dagen om beton te storten.Hij had zeven kilometer moeten lopen en was heel moe etc etc. "He tell you stories"  zegt Omar. "He just is doing somewhere else a job."  Verdomme, daar is geen tijd voor. Ik moet van Omar mijn verhaal er tegenover stellen. En hij vertelt me lachend wat ik moet zeggen als ik hem zo direct opbel om te zeggen dat hij nu moet komen. "You have to come now now Marena!" probeer ik en geef de telefoon aan Omar. Laat die het maar uitleggen. Ik lach me dood als ik hoor wat voor verhaal hij bij elkaar gefantaseerd heeft voor mij. Ik zou elk moment opgebeld kunnen worden om te vliegen. Ik werk voor de vluchtelingen en er is niemand die ze les kan geven. Dus de regering (?!?)  gaat zorgen dat ik zo spoedig mogelijk terugkom. "So you have to finish the job of the carhouse immediately!"  Vol verbazing zie ik Omar aan. "He is coming.." lacht hij. Mijn God.. Ze zeggen hier dat ik 'a real Gambian' ben, maar er zo er op los liegen komt nog steeds niet in me op. Morgen ga ik lekker met Omar en Robert in zijn bootje vissen. Alle tijd om een smoes bij elkaar te verzinnen ;-)

zaterdag 12 maart 2016

10 Timmervrouw


Roomser dan de paus, of beter gezegd moslimmer dan Allah wordt ik nog voor het valse gezang van de muezzin wakker. Weliswaar maar drie minuten voor zes, maar toch. Slapen tot zes uur met maar twee onderbrekingen is een hoogstandje. Ik wiegel weg op de  overheerlijke verende lattenbodems in het nieuwe bed. Geen eindeloos matrassen tegen mekaar aan trekken omdat je anders de halve nacht in de spleet ligt. Wat 'even in elkaar zetten' leek werd een heidense klus met het mini schroevendraaiertje uit het Rabobank setje van Marijke. Meer dan niets, dat wel. Toen na uren schroeven en de moeren rond rammen met een dikke spijker om de poten tussen de langsdelen te bevestigen, eindelijk de Super Auronde in elkaar zat, toen moest de echte ellende nog beginnen: de lattenbodems. Hardhout met te nauwe gaten voor de dikke schroeven en nog steeds met dat kleine schroevendraaiertje. Kruipend over de vloer - au! mijn rug! Jezus! mijn knie! - peuterde ik de ronde latten in het frame. Als ze er keurig inliggen, snel vast schroeven voor ze er weer uit donderen. Je kan er op wachten dat dat dus toch gebeurd. En nog een keer de hele actie. Uiteindelijk kon het schroeven beginnen.
Ik zag me als klein meisje naast mijn vader zitten in de keuken. Zaagsel en gereedschap op een zeiltje. "Maak niet zo'n rotzooi Roel!" riep mijn moeder vanuit de kamer waar ze de kachel oppookte. Mijn vader was timmerman geweest en had zich opgewerkt tot de man met de witte boord. "Mijn vader is planner" zei ik opschepperig als iemand vroeg "wat doet je vader?" "Hij maakt tekeningen van boten". Dat wist ik omdat hij vaak met rollen oud blauwig papier thuiskwam waarop schepen in detail uitgetekend waren.
"Geef het vet eens aan" vroeg mijn vader zittend op zijn knieën op het zeiltje, boven een tafeltje dat hij aan het maken was. Hij stak zijn hand naar achteren zonder om te kijken en verwachtte van mij dat ik hem de rubber koker met vet voor de schroeven aanreikte. Ik zag hoe hij de schroeven erin heen en weer haalde en ze vervolgens zonder al te veel kracht in het werkstuk geschroefd werden.
Zittend op mijn eigen kleedje in de Roundhut bestudeer ik mijn project. Zeep. Dat gebruikte mijn vader ook wel als er geen vet in de buurt was. Unicura zeep is er goed genoeg voor. Niet dat de monsters er nu in vlogen, maar het lukte tenminste beetje bij beetje. Ik zou die nacht zeker op een lattenbodem kunnen slapen. Maar mijn ultime droom is wijdbeens over twee matrassen gespreid de nacht doorbrengen. Twee dagen later begin ik aan de volgende lattenbodem. De schroeven moeten er met een inbus-sleuteltje in gedraaid worden. Het is hier geen Ikea en dus heb ik dat niet. Ik rommel in de bak bij Omar en neem tegen beter weten in een te grote mee. Je kan niet weten. Past niet. Dan maar nieuwe kopen als we naar Brikama gaan.
In het auto onderdelen winkeltje wordt ik direct herkend. "MamaAfrica..sumulee! You come to buy something?" Ja, waarom ben ik hier anders? antwoord ik in gedachten, maar zeggen doe ik dat niet. "Ibidjee!" antwoord ik keurig. Vervolgens laat ik het gaatje in de schroef zien en maak met twee vingers een 90 graden hoek. Ik wil graag een... tja.. een .. "elenkie?" probeer ik. De vrouw lacht breeduit en schommelt met haar dikke achterwerk naar een donker hok. Ze rommelt in dozen en steekt triomfantelijk een glimmende set sleutels in de lucht. Chinese troep. "Djelloe?" vraag ik . Honderdvijftig dalasis. Ik ga niet afdingen want daar ben ik te moe en te heet en wat-al-niet voor. Vol verbazing pakt ze de vuile briefjes aan. "For njato!" Tot de volgende keer!
Thuis begin ik met volle moed aan de klus. Ik heb overdag al acht gaten in de keiharde grond gespit om de enorme knollen te verwijderen  die alle andere planten en bomen  het water afnemen.. Ik smeer de schroeven in met ruim zeep en begin te draaien. Bij de tweede is het sleuteltje al rond afgesleten. Shit! Weer schiet mijn vader me te binnen. 'Amerikaans schroeven' noemde hij het als een schroef het niet deed en hij zijn toevlucht nam tot een zware hamer. Die harde klap met de hamer mocht je alleen in het begin geven. Je moest het eind toch met een schroevendraaier doen. Dit is Afrika, geen Amerika. En ik heb ook geen hamer. Wel een zwaar ijzeren pikhouweel  zonder steel. Te moe om het klusje netjes af te maken - onmogelijk  trouwens met geen gereedschap -  ram ik met het houweel de enorme schroeven in de latten bodem. Zo. Klaar. Even passen of hij in het beddenframe kan en dan is de klus geklaard. Al wrikkend met een kapmes tussen de twee lattenbodems pers ik de laatste bodem erin. Afrikaans timmeren..Mijn  vader schudt zijn hoofd. Zo had hij me het toch niet geleerd?!  Nee, maar wat wist hij nou als jongen uit de Staatsliedenbuurt nou van Afrika?! Van Amerika wist hij trouwens ook niet.
"Papa, rust in vrede! De groeten van je dochter in Afrika"