donderdag 5 mei 2016

18 never a dull moment

Met een gevoel van triomf passeren we het ene na het andere checkpoint op weg naar Marijke in Sanyang, vier dorpen verderop.. Nee heren politie, hier is niets te halen. "Tiliburoo benjadi! Goeiemiddag!" En door maar weer met een dikke smile.  Mama giert het bij elke politiepost uit van het lachen. Met name om de Mandinka conversatie van mij met de agenten. We drinken bij Marijke gezellig - een nederlands woord dat nog vaak langs zal komen als het goed is -  een ijskoud biertje, mijn eerste, en limonade en houden het kort. Haar dochter en kleindochter vertrekken en ze moeten op tijd op het vliegveld zijn. Hoe we er zo opgekomen zijn weet ik niet meer, maar feit is dat Marijke me voor een heel klein prijsje vijf dozen vloertegels geeft. Het plan om de veranda van 'broken tiles' te voorzien komt nu wel heel dichtbij. Nog een paar dozen kleurtjes erbij kopen en da ga ik de metselaar werk geven. Maar zoals altijd, first comes first. De ongezellige klus van ramen en tralies rapareren.
Als ik niet weet hoe ik iets op moet starten komt er vaak vanzelf een oplossing. Zo ook gisteren. Pap kwam langs, de oom van Tapha die ons altijd van vis voorziet. Het leek me goed het probleem eerst maar eens met hem te bespreken. Zuchtend en hoofdschuddend neemt hij de schade op. "Ik moet een lasser zoeken. Moet ik Yaya vragen?"  Zelf heb ik daar nogal wat moeite mee om dat hij de beste vriend van Tapha is. Maar Pap wuift dat weg, niks mee te maken . En kordaat belt hij Yaya, die notabene ook nog zijn broer is. Het moet maar denk ik. Discipline, daar zal het op aan komen. Want ik wil perse niet over Tapha praten. Op elke vraag die ik zou stellen zal ik resoluut een "..I don't know.." krijgen. Het is de standaard leugen die ze hier gebruiken om elkaar te dekken en is alleen maar pijnlijk voor mij. Kort en krachtig deelt hij me mee dat Yaya de volgende ochtend om acht uur voor mijn neus zal staan.
Terug naar gisteren, toen we terug naar huis reden. De zon staat laag en ik moet moeite doen om door de stoffige voorruit iets te zien. Toch zie ik op het asfalt voor me iets wits liggen. Een overreden kip? In mijn ooghoek zie ik een groep wit gesluierde schoolmeisjes  naar het ding wijzen. Hun gezichten staan verschrikt. Ik kijk naar het witte ding en zie het bewegen, gooi soepel het stuur om (dat gaat heel goed met een biertje op ;-) -  en scheur er rakelings langs. Dan zie ik dat het een poesje is. Hoe het mogelijk is dat dit alles zich in een fractie van een seconde afspeelt is een wonder. Ik zet de auto aan de kant en kijk in de achteruitkijkspiegel wat de meisjes ermee gaan doen. Oh... ze rennen met het scharminkel naar de auto.  Even overleggen met Malang. Wil je een kat? Het gaat hem duidelijk te snel. De meisjes duwen het vieze magere mormel door het zijraam naar binnen. Nu hebben we een kat, zeg ik verbaasd tegen Malang.. Ik probeer snel te overzien of dit een goed idee is. Ik blijf twee maanden. Dan kan hij in ieder geval goed opgroeien. Ik start de jeep, zet het poesje bij de volledig verbouwereerde Malang op schoot. Losjes wiebelt het op zijn knieen. Dan moet hij ook maar een naam hebben. Welk geslacht het diertje heeft weet ik niet. Ik roep wat namen en bij Robbie! knikt Malang stilletjes ja. Ok, Robbie. "Robbie!Robbie!Robbie!" zing ik vrolijk en moet denken aan de dames van de Living Jukebox op de Noordermarkt. We geven het beestje wat snel in elkaar gedraaide broodpap. Hij is uitgehongerd. Zijn botjes steken bijna door zijn ooit witte vachtje. De familie wordt wel steeds completer, denk ik. Mama maakt een heerlijke omelet en gedrieen zitten we even later aan tafel  de broodjes op te peuzelen. Malang is dan al in bad geweest en kan na het eten direct naar bed. Mama laat zich ophalen door  mijn ex vriend Djanko die nu taxichauffeur is  en de rust is weergekeerd.
De volgende dag, vanochtend dus, staat Yaya voor mijn neus. Met lasapparaat. Ik steek afstandelijk mijn hand naar hem uit om hem formeel te begroeten maar het weerhoudt hem niet om me over mijn blote rug te aaien. Ay! Precies waar ik bang voor was. Hij had me bij Taphas verdwijnen al te kennen gegeven dat ik een husband nodig had. Of ten minste een boyfriend. Nee! Nooit niet! maakte ik hem duidelijk. Nu dat nog even in de praktijk brengen. "Please dont touch me, is not necesary" hoor ik mezelf zomaar zeggen. Het is eruit voor ik het weet. Hij lacht en zegt dat dat wel moet. Maar mijn gezicht spreekt gelukkig boekdelen en we gaan over tot het bespreken van de klus. Morgen krijgt dit alles een vervolg. Insjallah. Pfht.

woensdag 4 mei 2016

17 Een nieuwe eerste dag

In de omlijsting van het wc-raampje zit de Senegalese koekoek stilletjes op een tak. Niet dat hij koekoekt, maar het is een van de weinige namen van vogels die ik ken. De zon staat nog laag en op de hoofdweg in de verte hoor ik de eerste autos brommen. Dit wordt mijn eerste dag heb ik besloten. Want die van gisteren was zo onaangenaam -lees:vreselijk - dat die maar het best zo snel mogelijk vergeten kan worden. De aankondiging vasn ellende begon al 's nachts toen Omar me van het vliegveld ophaalde. Of ik zijn tekst message niet gelezen had. Of de voice message? Mmm.. mijn hart ging direct harder kloppen. Was de Roundhut afgebrand?  De jeep gestolen?  Vertel!! Er was ingebroken. Alle ramen stuk en een tering bende van opengebroken kisten . Hij liet me de foto's zien. Ik werd er niet blij van. De politie was erebij geweest en had errapport van opgemaakt. Thuis moest ik gaan controleren wat er miste. 
Aangekomen bij de Roundhut was ik op alles voorbereid, behalve op een zaklamp. Waar had ik in godsnaam de vier WakaWaka's gelaten? Anders de hoofdlamp misschien. De laatste vond ik zowaar snel en begon in het donker batterijen erin te priegelen. Licht! Een keurig opgeruimde  Roundhut. Kamer a kamer hat mijn sponsordochter Mama opgeruimd en schoon gemaakt. De opengebroken kisten had ze zo goed mogelijk weer ingeruimd. Opgelucht haalde ik adem.  Wat zou het volgende zijn?! Gelukkig bleef Mama slapen want een en ander voelde toch unheimisch. Er leek niets gestolen. Waarschijnlijk waren ze op zoek geweest naar geld. Overigens is het formaat van de dief een raadsel. Toen hij de raamsluitingen opengebroken had was de tralies aan de beurt. Gezien de barsten in het beton heeft hij geprobeerd die eruit te rammen. Tevergeefs. Dus was hij door de tralies gekropen. Nu is het grootste gat in het traliewerk zo klein dat er net een kinderhoofd doorheen kan.  Om het maar niet over de rest van het lijf te hebben. Was het een kind geweest? Gezien het feit dat de spiksplinternieuwe omvormer onaangeroerd tussen de spullen lag, denken we van wel. "Koddo, koddo, koddo!" moet hij gedacht hebben. Geld,geld, geld van die rijke toubab! Doodmoe viel ik als een blok naast Mama in slaap.
De volgende dag bij daglicht. De bananenplanten hadden veel droge bladeren die treurig naar beneden hingen. Was Omar G. niet gekomen om ze te bewateren? Laat het niet zo zijn want ik heb hem ervoor betaald. Niet dat het geld belangrijk is, maar het zegt wel iets over of je iemand kunt vertrouwen of niet. Ik zette koffie met de spressopot. Nescafe bleek niet aan de irde want de twee achter gelaten nieuwe potten waren verdwenen. Kut.  Maar lang treuren deed ik nbiet. Gewoon geen koffie meer voor bezoekers of werkers. Korte metten. Ze kunnen thee van de citroengrasplant buiten krijgen. Klaar!  Mama keek me meelijwekkend aan. "Really?!"  vraagt ze ongelovig. "Ja natuurlijk! Als ze mijn koffie jatten ga ik echt geen nieuwe kopen!"  We eten tevreden onze opaasbroodjes met roomboter op die in de meegenomen koelbox zaten en dronken tevreden onze koffie.
En dan direct maar even van alles regelen dat belangrijk is. Water, Roadtax ( wegenbelasting) betalen, en zorgen dat de meegenomen band op het wiel van de auto geplaatst wordt.
Kawsu is blij als hij me ziet. Hij runt het lokale benzine winkeltje en  is de 'chef'  van de waterpomp aan de overkant. Met overslaande stem uit hij zijn verontwaardiging als hij hoort dat er ingebroken is. Wij vullen de 6 jerrycans met water en hij gooit 10 liter benzine in mijn auto. Nog even het wiel afleveren bij de bandenman en dan gaan we naar Brikama om de roadtax te betalen.
In Sifou laten ze ons zowaar doorrijden bij het checkpoint maar in Brikama is het raak. Auto parkeren en lopend verder gaan. De agent kijkt naar mijn verschrikte gezicht en vraagt tot mijn verbazing hoe ik dat zie. Hoe ik dat zie?! Heel anders! Ik ga met de jeep naar de instanties en betaal. Maar zo eenvoudig was dat niet. Overleg met de tweede agent. Dan naar een derde. Dan wachten op een vierde en uiteindelijk stapt de eerste naast mij  in de jeep. Ok, geen probleem, als hij zijn tijd wil verdoen met mij, denk ik dan nog lakoniek. Bij het politiestation wordt de sfeer direct een stuk grimmiger. Autosleutels inleveren en betalen. Geen probleem, daar kom ik voor. Nee niet de roadtax, boete! 5000 dalasis. Een dikke honderd euro. Dat gaan we niet doen, denk ik en zeg dat ik Omar ga bellen. De veel te dikke kleine Officer of Police lacht. Hij lacht me eigenlijk uit. Of ik niet weet 'law is law'.. Ja dat weet ik geef ik hem van repliek, maar dit is alleen omdat ik wit ben! Dan gaan de poppen pas echt dansen. Vervolgens ben ik nog zo stom om een foto te willen maken van het gestempelde opschrift boven zijn rommelige kamertje en het is raak. Mobiel inleveren!  Ik wordt gek! En hoop ondertussen dat de foto niet genomen is. Klopt, ik was vergeten hoe dit toestel werkte. Mazzel.  Ik bel Omar die eveneens met overslaande stem roept dat dat helemaal niet kan. Dat ik niets moet doen, alleen even bellen met een hem bevriende Hoge Piet bij de politie. Komt in orde stelt de bewuste man me gerust. Niets doen, alleen wachten. "I speak with my collegue and try to reduce the 5000, give him!"  En zo begint het urenlange wachten en roken en wachten en roken tot ik er hoofdpijn van heb..Het is al tegen lunchtijd als ik binnen geroepen wordt. Ze zijn me zowaar nog niet vergeten. Omstandig gaat de dikke Officer  me uitleggen hoe de wet in elkaar zit. Ik knik slechts op alles, vastbesloten geen bek meer open te doen. Autoritair wijst hij me op alles wat ik tot dan toe fout gedaan heb en begint weer de weet uit te leggen. Nu ook voor te lezen van een vaag beduimeld vodje. Ik blijf knikken. Dan geeft hij het op . &:Go with this man!& beveelt hij me. Ik verhuis naar een hokje verder waar een agent lachend achter zijn bureau zit. "You still don't talk?" lacht hij geniepig. "You are angry?" Halsstarrig knik ik van nee, niet van plan hem de lol van ellende te gunnen. 5000 dalasis zegt hij nog maar eens en houdt een vieze plastic zak om hoog. Of ik denk dat ik mijn autosleutels herken. Dat lijkt me wel, antwoord ik kort. Vervolgens schudt hij de zak van grote hoogte leeg. De bossen sleutels kletteren op zijn bureau. Ik pik mijn sleutels eruit. Lachend schuift hij me de autopapieren toe. Begrijp ik dit goed? Kan ik vertrekken zonder de boete te betalen?! Ik geloof mijn ogen niet. De man zit nog steeds te lkachen achter zijn bureau. Ik ontdooi en houdt mijn vuist voor hem. Box?? "That is nice! You show me respect!" roept hij uit.  Ja dat doe ik, I show respect to the Police of the Gambia, denk ik, echt  niet!
Buiten wordt ik verblind door het schelle zonlicht. Ik bel de Hoge Piet  om hem te bedanken. Ik moest vooral nog eens bellen en hij zou me zeker komen bezoeken etc etc etc. Zucht, die ziet al een vierde echtgenoot voor zich vrees ik. Het is nog even een punt om de jeep tussen de geparkeerde auto's op de politie binnenplaats uit te krijgen. Pesterig wordt mij medegedeeld dat de eigenaar van de auto achter mij pas vanavond terugkomt.  Ik lust iedereen rauw en zet de jeep in zijn achteruit. Dan stormt er een man op de geparkeerde auto af. Als hij zijn motor start rij ik rakelings met mijn oude bak langs zijn chique gelakte wagen. "Joke he? " lach ik vals tegen hem. Ik zal ze krijgen!

We barsten van de honger en gaan lucnchen in een nieuw restaurantje aan de hoofdweg. Mama is er trots op als was het haar eigen business. De Chicken Jassa bestaat uit een bord rijst met een uitgedroogde kippenpoot en wat snippers ui. Het kan me niet verdommen. Ik ben hier toch om af te slanken. Een dag water drinken en een bord rijst. Afrika. Ik ben er weer :-)
Getik tegen het keukenraam. Een klein  vogeltje zit driftig ten het spiegelglas te tikken en lijkt erin te praten. Geelborstje tikt tegen het raam, tiktiktik.. Een nieuwe eerste dag, in vrede en stilte op de compound. Met een zacht zonnetje. Rust. Malang is al naar school op zijn nieuwe schoenen. Dat hij weer bij mij kwam wonen was evident gezien de grote zak met kleren die zijn broertje hem na bracht. Gezellig. Gewoon weer om zeven uur opstaan, pap en koffie maken en hem naar school helpen. En 's avonds een feestje in bad met warm water , eten en een boekje lezen. Ik heb er naar uit gezien!

maandag 2 mei 2016

16 Vertrek naar Gambia

Amsterdam. Klaar om om kwart over vijf naar Gambia te vliegen. Alles staat gepakt. Dat wil zeggen, het reservewiel, de tas met kinderkleding en schoentjes, mijn eigen tas, de (nog niet gevulde) koelbox en mijn rugzak. En eigenlijk wil ik de dweilemmer nog in een tas mikken. Want iedere keer als ik er eentje in Gambia koop, zakt die door zijn hoeven na een keer de mop erin uit wringen. Chinese troep.
Ik tik dit stukje even via mijn tablet, op het kleine keybordje. Check check. Doet alles het nog? Of voor de zekerheid toch maar mijn kleine laptopje ook meenemen?  Twee maanden  is iets anders dan twee weken dus zekerheid voor alles. Wat ik er ga doen vraagt menigeen. Doen? Ik ga proberen eens even niets te doen. Dat zal niet lukken want in mijn achterhoofd heb ik al gepland om de veranda te gaan betegelen. Werk voor de metselaar! En dat betekent voor mij alles organiseren qua koffie, thee, lunch, cement etc etc. En niet in de laatste plaats  'erbij blijven'. Want er niet bij zijn betekent niet werken of alles anders interpreteren. Verder hoop ik dat Malang weer gezellig bij me komt wonen. Dat geeft structuur. Naar school gaan, wassen, eten, slapen, boekjes lezen en tekenen. Hij bleek laatst reuze in zijn nopjes toen hij bij Marijke aan de slag mocht met krijtjes. Dus zit er in de tas allerhande tekenmateriaal. Van verf met kwasten tot pastelkrijt en tekenboeken.
Wat er verder voor mijn voeten komt hoef ik nu nog niet te weten. Het dient zich vanzelf aan. Deze heeft kiespijn en moet naar de tandarts, die is zwanger en heeft geen geld voor medicijnen, etc etc.
De timing is prima. 'Mijn mannen' zijn allemaal onder de pannen. De laatste leerlingen heb ik samen met Marco naar Gilze begeleid. Dit weekend kwam er nog gauw even eentje over uit Limburg om het  Eritrese paasfeest in Amsterdam te vieren. Met als gevolg dat ik zaterdagavond opeens tussen honderden opeen gepakte Eritreeërs in de kerk zat. Geschokt om zoveel onbekendheid. De vrouwen in witte doeken tot ver over hun hoofd en een vals gejengel (sorry maar er was geen melodie in het bidden terug te vinden). Veel gebuig van een beetje tot diep gebogen om de vloer te kussen.En ik zat daar weer als enige Hollandse opvallend te wezen met mijn witte haren en jas met bontkraag. Mehari was meer dan blij dat hij het jaarlijkse Paasfeest kon meemaken na een maand vasten. De dag erop zijn laptop geïnstalleerd en gevuld met Nederlandse lesjes etc.  Mijn huisgenoot Daniele bracht hem naar het Centraal station omdat ik inmiddels geen poot meer kon verzetten na de dag ervoor met hem rondgereden te hebben op de fiets (hij dus achterop).

Wanneer zeg je nou eens "Nee!"  roept Marijke op Skype. "Nooit!"  roep ik terug. "Tot morgen! ik heb paasbroodjes bij me en roomboter!"  Onder andere uiteraard, maar dat laat ik aan een ieders fantasie over ;-)
Ik groet jullie en hoop jullie te zien op Facebook waar ik -insjallah-  mijn stukjes ga linken. 

Dahag!!! groetjes Tien

dinsdag 22 maart 2016

15 inpakken en wegwezen

Amsterdam 04:21 uur
Het is twee keer vierentwintig uur later. Een zware laptop op het dekbed. Het wachtwoord ben ik vergeten. Het is stil en nog nacht. Buiten is het donker met heel veel lichtjes. Geel en wit en groen in de verte van de boei in het water van het IJ. Rode puntjes boven elkaar verraden een zendmast. Ik word wakker van de schommels. De schommels in de mangoboom..
“Ay,  vergeten ze eraf te halen!” Half dromend repeteer ik een sms naar Omar die de bananen gaat verzorgen. Korter! Niet zo uitgebreid. Geen verleden tijd gebruiken! “..Please, I forget the swingers. Can you take them out of…” Niet goed. Eerst begroeten, altijd begroeten. “Sumulee, ibidjee, korte nante..”. Niet goed, dan is de sms vol voor ik hem verteld heb wat ik wil zeggen. Langzaam word ik echt  wakker en knip het licht aan. In plaats van de sms te schrijven schuifel ik met ‘blote voeten op het koude zeil’ naar de huiskamer  om de laptop te pakken. Geen idee waar ik hem gelaten heb. Zeker weer verstopt voor eventuele dieven.


Om vier uur in de Afrikaanse nacht kan ik niet meer slapen. Ik moet nog zoveel doen en om tien uur zullen Pap en Omar, Matou en Lamin wel voor mijn neus staan. Dan moet ik voor iedereen de laatste Nescafe verzorgen en kom aan pakken niet meer toe. En geld tellen en verdelen doe ik zeker niet in hun aanwezigheid. Daar worden ze maar gek van.  Op slippers schuifel ik achter de WakaWaka aan naar het toilet en overdenk onderwijl waar te beginnen. De bananen, die zitten me niet lekker. De enorme lange trossen hadden Omar en ik  dagen geleden al gekapt en in ‘sinjang leaves’ gelegd om ze snel te laten rijpen zodat ik er wat van mee kon nemen. Als ik ze te lang erin laat worden ze overrijp of zelfs rot. Ben ik niet al te laat nu?  Van terug naar bed komt het niet meer. Ik ruk de zakken open en ontdek dat die goed nat zijn van binnen. De bananen graaf ik onder de takken met bladeren vandaan.  Gelukkig nog op tijd. Niet verrot en zelfs nog niet echt rijp! Maar hoe nu verder? Met die takkenbossen in het vliegtuig? Zelfs mij lijkt dat te absurd. En dus begin ik de bladeren van de takken te ritsen. Geen moeite want ze zijn al aardig aan het verleppen. De tegelvloer van de slaapkamer die ik zo netjes aangeveegd had ligt vol met dunne twijgjes en dikke takken. De bananen, inmiddels in trossen gesneden, leg ik ongerust terug in hun bedje en knoop de zak weer dicht. De volgende zak is aan de beurt. Hierin liggen de 'originals'. Volgens Omar de juweeltjes onder de bananen. Korte dikke gele banaantjes. Vaak als Siamese tweelingen aan elkaar gegroeid. Ze komen van de ‘moeder’. Een knoest in de grond met wat jonge scheuten die pas  veel later dan de andere planten grote bladeren krijgt en vrucht gaat dragen. Ook deze banaantjes zijn nog niet rijp. De takken worden weer verwijderd en de bladeren teruggelegd. Zak dicht en later maar bedenken hoe het vervoer moet.

Ondertussen haal ik het bed af en sorteer de was. Ik vroeg mijn sponsordochter  of zij het kon wassen en bewaren voor als ik terug kom. Ik moest erbij zeggen dat ze de vrolijke Ikea dekbedhoes niet mocht gebruiken. Anders was hij tegen oktober volledig verschoten door de zon en verknald door het ruige wassen-op-de-hand.   “Of course not Mama!” riep ze verbolgen uit, alsof het idioot was dat ik daaraan dacht. Jaja.. Het nu echt te vieze muskietennet  draai ik in een knoet en stop het in de koffer. Op veertig kilo bagage valt dat in het niet. De uitgooi-tent had ik de dag ervoor al klaar gezet, evenals het strandstoeltje en de selfinflatable mat. Wat had ik toch in mijn hoofd gehaald daarmee? Wilde ik gezellig kamperen in die hitte hier met T.?! Volledig absurd, bovendien is T. er helemaal niet meer. Allemaal ballast. Weg ermee, terug naar Nederland. Ik pak mijn koffer verder in. Medicijnen, behoorlijk gehalveerd. Allerhande snoertjes en laders. De kerstverlichting haal ik van de siertralies voor het raam en die van boven het bed. Die van het wc raampje dan ook maar. En opeens is de Roundhut ontsierd. Het is gebeurd, ik ga echt weg. De batterijtjes plak ik netjes af met plakband en stop alles in een van de aluminium kisten die straks op slot gaan.
Na uren pakken voel ik hoe mijn lijf doodmoe is. Ik voel wallen onder mijn ogen. Het is inmiddels zeven uur en de zon komt net boven de mangoboom uit. Ik besluit dat ik alles redelijk onder controle heb en ga nog een uurtje slapen.
Na vijf kwartier schrik ik weer wakker. Die bananen, dat kan echt niet. Deel ze uit Tien! Je lijkt wel gek om die mee te willen nemen op het vliegtuig. Wat als ze je op Schiphol weer eens aanhouden. “Niets om aan te geven mevrouw? Weet u zeker dat u weet wat er op de lijst staat van spullen die niet mogen?!” Ik heb geen idee of bananen mogen. En dan nog vijftien grapefruits.. De zakken gaan weer open. Die bladeren kunnen echt niet, eruit! Tot mijn grote verbazing zijn ze in die paar uur tijd rijper geworden. Het gaat opeens keihard. Ok, volgend probleem. Hoe zorg ik dat ze niet als pap aankomen? In de koffer tussen de tentmat dan maar? Naast de slaapmat? En zo gebeurt. Even later staan er twee koffers klaar voor vervoer naar de airport in Yundum. Een zware en een  verdacht lichte. Wat trossen heb ik eruit gelaten om aan mijn mensen te geven. Om te voorkomen dat ze denken dat ik mijn eerste oogst volledig mee zou nemen. Zo moet het toch kunnen. Waarom ook niet? Ik kom toch uit Afrika? Misschien wel de titel van ‘ooit-mijn-boek’: Een Koffer Vol Bananen..

zondag 20 maart 2016

14 een laatste dag

Zo snel als het donker invalt 's avonds, zo hard doet de zon haar best binnen een half uur weer boven de bomen uit te komen. Het lijkt nu nog mistig, het is kwart voor zeven, en het grijsgroen buiten overheerst. Na een nacht vol dromen wil ik eigenlijk nog slapen. Maar dan komt van schrijven niets meer. Dus dan maar half half: schrijven in bed.
Het is weer eens 'een laatste dag'. Want al zo vaak was het zo'n dag. Was het niet op Vlieland om de tent af te breken dan was het wel hier in Gunjur. In beide gevallen ben ik dagen in de weer met spullen sorteren. Wat mag weg? Wat gaat achter slot en grendel?  En deze keer ook: wat gaat er mee terug naar huis? Naar Afrika breng je alleen spullen. Je neemt het nooit mee terug want dan geef je het weg. In mijn enthousiasme samen met T. terug te gaan, fantaseerde ik dat we een trip zouden maken. Tentje mee. Van een uitdaging is dat nu alleen maar ballast geworden. De luxe selfinflatable mat is aangevreten door de ratten die huis hielden in de store. Gelukkig slechts de randen. In de opwerptent leken ze geen trek te hebben, die is nog heel. Nu fantaseer ik een nieuwe trip. Met de fietsendrager op de jeep in Amsterdam - ja ik heb er twee ;-) - tentje en mat mee, door Frankrijk of weet-ik-wat. Alsof ik daar tijd voor heb. Op 26 april begint het seizoen op Vlieland en kan ik mijn tent opzetten. Terug naar hier, nog alle tijd voor Nederland.
De markt in Brikama gisteren. Kleurrijke stoffen, nieuw: allemaal in plastic verpakt. Je kunt er niet aan voelen en moet maar geloven dat het 'real cotton' is. Met leeuwenletters ORIGINALWAX op alle pakketten. Maar het woord Nederland - Helmond? - komt er niet in voor (wij produceren die beroemde waxes).Dat plastic verbaast me. Sinds de president alle plastic verboden heeft, op straffe van een fikse boete als je het toch gebruikt -loopt iedereen rond met van rijstzakken genaaide tasjes of vage tasjes van vliesmateriaal. In felle kleuren hangen die aan de stalletjes. Tien dalasis per stuk waarschijnlijk. Die beslissing zal ook behoorlijk ingegrepen hebben op de kleine vrouw die per tomaat of ui verkoopt. Alles werd in de zwarte zak met kalenderopdruk geduveld In flarden vond je die terug langs de wegen. Bermen vol met zwart plastic. Wat dat betreft is het een goede beslissing. Pindaatjes worden nu niet langer per kinderhandje in plastic maar in een bruin papieren puntzakje verkocht. De meisjes lopen ermee rond op het strand. In het puntzakje openvouwen is ons meisje nog niet erg gewiekst. Uiteindelijk kan ze de inhoud tonen, een onderste puntje is slechts gevuld. En de prijs is van vijf dalasis verdubbeld naar tien. De prijs van het papieren tuutje? Afrikananen zijn vindingrijk en zo'n beslissing van regeringswege wordt direct omgezet naar de praktijk blijkt wel.
Kleurige plastic emmers en teilen in soorten en maten. Ja dat plastic mag wel, hoewel de houdbaarheidsdatum van dat spul ook flink te betwijfelen is als ik regelmatig de gebroken zooi op de compounds zie. Pannen in diverse groottes van giet-aluminium, opgetast in hoge torens. Strijkbouten op kooltjes van hetzelfde grijs glimmende materiaal. Zo prachtig als het eruit ziet, zo slecht is het voor het eten. Aluminium staat al jaren op de zwarte lijst qua eten in koken. Vloermatten van geweven plastic draden staan in rollen langs de kant. Ook hier weer in alle kleuren van de regenboog. De groentestallen doen er niet voor onder. Bergjes rode tomaten tussen nat gehouden groene sla. Paarse aubergines naast oranje wortelen. Bruine uien naast hoopjes Maggiblokjes. Verrast kijkt de vrouw achter de stal op: daar is ze .. "my customer!" mijn klant.. roept ze blij en steekt twee handen uit. Een paar keer per week deed ik de 'groentenhoek' aan, gammele tafeltjes of zeiltjes op de grond. De dames zittend op een oude emmer of jerrycan. Geen parasol voor de hitte, nathouden en strategisch je plek met schaduw innemen.  Bij die kocht ik sla, bij een ander de tomaten en en bij de derde kool en aubergines. Dat verdween in de koelbox die ik meesjouwde om niet met verlepte zooi thuis te komen. "Sumulee... i bidjee.. jaja... korte nante.." lach ik terug. Ik koop niks sorry, en maak een schuin gebaar met mijn hand de lucht in. "Plano" , vliegtuig, maak ik ze duidelijk. Hun gezichten betrekken. Deze klant kunnen ze schudden zie ik ze denken. "For njato dmanding!" beloof ik, ik kom gauw terug! En zwaai nog even achterom als ik Malang achter me aanzeul de rest van de markt op. De stinkende vissenmarkt, het relatief schone sierradengedeelte, de tweedehands kleren hoek, vol met bergen verwassen Europese hemden, onderbroeken, bh' s en jeans. "Dalasi tang! Dalasi tang!" klinkt het uit een luidspreker. Bij wie het hoort of op welke berg het slaat.. geen idee. Als ik er iets uittrek voor Malang proberen ze vijftig in plaats van de beloofde tien dalasis te krijgen. Nul op het rekest en sleep Malang verder over de onregelmatige keien, stenen, stukken ijzer, door stinkende plassen en droog zand.
 

De markt. De plek waar ik vrolijk van wordt. En doodmoe. Want dat slepen in de hitte, ook al is het tegen vijven, en dat tegen de zon in kijken is dood vermoeiend. Malang sjokt en sjokt op zijn slippers en hangt aan mijn hand. Ik beloof hem dat we drinken gaan kopen in de minimarket. Hij is te suf om enthousiast te doen en knikt slechts. Ik koop bekertjes yoghurtdrank met couscous onderin. Dat vult hopelijk meteen een beetje, want hij zal wel honger krijgen. Als we tegen zevenen in het schemer terugrijden naar Gunjur - de palmbomen steken scherp af tegen de zachtoranje hemel - is Malang in slaap gesukkeld op het kleine achterbankje. Een wonder dat hij er niet afvalt met al dat gehobbel. Thuis draag ik hem uit de jeep en leg hem voorlopig even op het rieten bankje. Eerst zelf even alles regelen. Het roestige ijzeren hek proberen dicht te krijgen - ramramram! sla ik de deur met een end hout. .piep piep doen de ijzeren schuiven - de spullen naarbinnen en zelf snel even een emmer over mijn kop. Eten slaan we maar over vandaag. Met een natgemaakte punt van de handdoek maak ik Malangs slapende toet en handjes schoon. Zo moet het maar voor een keertje. Nog even piesen en dan naar bed.
Op de tafel in de kamer staat een nog koud biertje. Gekregen van Tien1 die mee was naar de markt. Ik kan het niet opbrengen het te openen. Drink een beker melk en plof onder het muskietennet op bed. Genoeg voor vandaag. Morgen weer een dag. De laatste...

vrijdag 18 maart 2016

13 Mozart in de Roundhut

Strelen over zacht fluweel. Aaien door een vette schapenvacht. Mozart piano concert in de Roundhut voelt als Werner Herzogs Fitzgaraldo: klassieke muziek die door het oerwoud schalt. Totaal misplaatst maar daarom juist zo prachtig. Muziek, link als de hel want het maakt zacht, onbeschermd. Herinneringen krijgen een kans. Niet zo moeilijk ook op een dag als deze. Bij de lodge Nemasu begon het. We waren straal verliefd en vrijden op het strand onder de maan. Je kan nog zo boos zijn, herinneringen laten zich niet uitvegen. De bantaba, nu bij daglicht, hoe kon het toch zo mis gaan? Thuis in de Roundhut half liggend in de stoel, na een bad en Malang al op bed. "Where is Tapha Tin?" Hij mist je. Wat had je genoten hier. Van de rust, de maan en de sterren. Van wijdbeens zitten op de veranda met een kop thee. Een knipoog in het donker. En verder niet zoveel tekst. Je was geen prater..
Het is vrijdag. Ben je naar de moskee geweest? Met je vrienden? Heb je eigenlijk vrienden daar? Of ben je alleen? Mis je Gambia niet vreselijk? Je familie? Mij misschien? Hoe kan je zo totaal verdwenen zijn? Ik huil zoute tranen lief. Want heel diep in mijn lijf zit je er nog. Ik zorg dat ik het druk heb, te druk. Geen plek voor jou. Maar even zitten met zachte muziek, hoe zal ik het zeggen, het is of je me zacht over mijn hoofd aait. Ik denk dat je allang spijt hebt. Zo dom om de verhaaltjes van een Gambiaanse 'vriend' in Amsterdam te geloven. Gouden bergen hier in Europa. Niet teruggaan hoor. Ik help je wel! Morgen kom ik je halen. Niks meenemen, dan heeft ze niks door. Alleen je paspoort. Zo moet het gegaan zijn. Je had niet eens een jas aan of je rugzak mee. En dat terwijl het koud was die dag in januari. Dom dom dom.En dit kan nooit meer terug gedraaid. Papieren kun je wel  vergeten en illegaliteit is je toekomst.
Ondanks alles.. ik mis je.. ongelooflijke klootzak! Stupide goedgelovige Gambiaan!

donderdag 17 maart 2016

12 laatste werkdag?

Tien uur, de zon staat al weer hoog aan de hemel. Buiten worden stenen kapot geslagen. Het geluid van scheppen in zand. Binnen in de Roundhut stilte. Slechts het suizen in mijn oren. De eerste drie uur van de deze dag is opgegaan aan opdrachten geven.. "You: fetch water at the well.. Come with me. You! And You! You want work? No problem. i give you breakfast." En dan heb ik het nog niet over Malang op tijd naar school krijgen met een gevulde maag..
Dat ik in Nederland me afvroeg hoe ik het allemaal in mijn eentje moest rooien is bijna absurd. This is Africa. Mensen willen graag werken voor geld.. Als jongens weten dat ze thee en brood krijgen , staan ze te popelen om kleine jobs uit te voeren. En dan vaak na het werk nog schoenen, T-shirts of een lichtgevende stickerpakket. En een beetje geld. De kleine jongens - een jaar of tien schat ik - halen water uit de put op en scheppen later zand in emmers om de vloer van de garage op te hogen voordat Marena het laatste beton stort.  Het water van de tap aan de weg scheurt er doorheen met al die koppen koffie en thee en al dat afwassen. Ik rijd met de grootste jongen- moeilijk te schatten maar hij kan zomaar achttien zijn - naar de hoofdweg om zes enorme jerrycans te vullen. Voor drinkwater en afwas. Het blijft wennen  om toe te kijken hoe hij na het vullen de loodzware cans in de jeep zet. Ik doe dat niet meer sinds het me een jaar gekost heeft om de hemstring blessure te helen.  Daarentegen help ik een klein meisje  de hoofdweg over, dat probeert met een kruiwagen en daarin zo'n zelfde loodzware can op blote voetjes over te steken. Zo'n kruiwagen lukt me nog wel. "Thank you " roept de taxi chauffeur die toevallig net stopt. Ik ben in de consternatie van de vele verschillende  opdrachten vergeten de lege water flessen mee te nemen. Dus  vul  ik de stoffige flessen thuis. Drinkwater voor de werkers, want te weinig drinken levert geheid hoofdpijn op. en dan kan ik weer met paracetamol aan de gang.
Binnen is het een bende. Hoe ik dit voor maandag allemaal aan kant krijg en opgeborgen voor de komende maanden.. voor alsnog een raadsel.  Omar is een ruit aan het inzetten in de logeerkamer. Al een jaar waait de wind er doorheen. Nu moeten alle klussen geklaard. Het glas moest uit 'de stad' komen en een meetlint was niet voor handen. Precies zeven dagen heeft dit klusje in beslag genomen. maar nu hoor ik Omar dan toch de siliconenkit in de sponning smeren.
De gammele ijzeren deur van de poort rammelt. Hopelijk geen bezoek. Ik moet mijn kop georganiseerd krijgen. Vandaag zou de garage klaar zijn. Het 'store' gedeelte krijgt vandaag een betonnen vloer. Of dat nog binnen het contract viel, vroeg Marena voorzichtig. "Ja natuurlijk!" antwoord ik lachend. "And you forget I give you thousand extra?!" Hij doet of hij dat vergeten was en lacht terug. Leuk geprobeerd. Sinds Omar me verteld dat Marena een kei is in smoezen verzinnen, bel ik hem 's ochtends op. "You come today, koddi? Toch?" Ik vertel hem dat de koffie en de havermoutpap op hem wachten. Simpel. Het werkt. 

Ik zal blij zijn als ik hier de komende dagen alleen ben met Malang. Dan kan ik me hopelijk concentreren op de tuin en het huis. In juni begint het regenseizoen. Ik zal pas in oktober hier terugkomen. Hoe het moet met de planten en bananen tot juni.., daar breek ik nog even mijn hoofd over. In Nederland kun je misschien wel iemand vooruit betalen. Hier kan je dat vergeten. Ze steken het geld in hun zak en je ziet ze daarna niet meer terug in het slechtste geval. Zonder controle  wordt er domweg niet gewerkt. Nog drie dagen om daar over na te denken. Maandag brengt Omar me met mijn eigen jeep naar het vliegveld. Sponsordochter Mama en Malang gaan uiteraard mee. Op de terugweg zal Omar de jeep in de spiksplinternieuwe garage zetten en het met een nieuw hangslot afsluiten. Daar blijft hij 'insjallah' tot ik terugkom.
Maar eerst nog even een en ander doen hier.. En iedereen nog even bezoeken en gedag zeggen "in Imbarra Tineke!" zeg ik tegen mezelf. Zet hem op! Ik ben kapot moe. En die ruit ligt nog gewoon op mijn matras :-( Er zal wel weer iets niet zijn waardoor het niet afgemaakt kan worden.  Pffffht!
 De weerapp zegt dat het 26 graden is en dat zal nog flink oplopen.. Koud Europa - die andere planeet - wacht.