vrijdag 4 maart 2016

06 Hilarisch

De dag van gisteren mag niet onbeschreven blijven. Zoals die begon en hoe die eindigde. Hilarisch in de breedste zin van het woord. Na een heerlijke dag in en om de Roundhut dacht ik om vijf uur dat het misschien wel leuk was  - en lekker ook want een swimmingpool! - om Tien1 en haar vriendin even naar Project Lodge te brengen. "Ik kom eraan" riep ik niets vermoedend. Stopte de nieuwe zwembroek voor Malang in de tas en wat drijfbuizen. Hij was de hele middag na school bij mij in de weer geweest en dan is er niets leuker dan met de jeep ergens heen gaan waar water is. Mmh! heerlijk even zwemmen in het koele water. Nog even de autosleutels pakken. Huh? niet in de jeep? Verdorie, heeft Malang ermee gespeeld? Of de buurkinderen? Of heb ik het zelf weggemaakt? Tas drie keer omgekeerd. Niets. Ok. Misschien zijn ze gevallen in het droge gras. Dat had Omar juist vanochtend in hopen bij elkaar geharkt. In het ergste geval moest ik in die hopen gaan wroeten. Ik had een lumineus idee. Ik zou het met kleine beetjes tegelijk verbranden zodra de zon laag aan de hemel stond. Dan kwam ik ze misschien wel 'vanzelf'  tegen.

Toen ik tegen zessen nog steeds geen autosleutels had begon ik het plan uit te voeren. Met de buurkinderen erbij - vuurtje stoken is altijd top! - ging hoop na hoop in de fik. En het werd later en later. En ik moeier en moeier. Toen de zon achter de mangobomen verdween kwam de buurvrouw erbij. Nog steeds niks? Nee niks. Het was al ruim over zevenen vermoed ik. Omar gebeld, de grondeigenaar en tevens mecanic. Of ik de jeep ook zonder sleutel kon starten. Vraag naar de bekende weg natuurlijk. Dwars door het lawaai van de bushtaxi waar hij in zat probeerde hij me uit te leggen wat ik moest doen. Eerst het contactslot slopen, je weet wel waarmee je stuur op slot gaat.. Stop maar Omar! Dit ga ik niet doen, echt niet. "Ok , I am coming..". Nu was hij nog ver weg en hij zat bovendien in een langzaam busje, zei hij.
Pffht! Rust dus. Ga maar zitten op de veranda Tien en enjoy dat je hier eindelijk ouderwets weer buiten zit met de vogeltjes. En zo zat ik in het bijna-donker, want natuurlijk geen licht bij me en de maan zou pas veel later komen, sinaasappel na sinaasappel te pellen en leeg te zuigen. Sigaretje tussendoor en steeds laconieker worden, wat moet je anders! Tien1 en haar vriendin zouden allang uit het zwembad zijn en waarschijnlijk al aan hun avondeten zitten in de lodge. Ik nam nog maar een grapefruit om de honger te stillen. "Neem toch een taxi naar hier" riep Marijke door de telefoon. Ja, kan, maar de jeep hier open achterlaten? En morgen met de bushtaxi  - een wrak busje waar je met 24 man in zit - weer terug? Ik had er weinig zin in  en besloot toch echt maar op Omar te wachten. Dat wachten kon ook bij de buurvrouw Sibou, een schat trouwens. Doen we! riep ik optimistisch en wilde de deur afsluiten. Huh?!?!?! Wat hangt daar nou... twee bossen sleutels  voor 1 slot?! Ik had verstrooid de autosleutels in de deur gestoken en de deursleutels in het hangslot. "Ik heb ze !!" riep ik tegen Omar in het Hollands door de telefoon. Het lawaai van de motor en de kwebbelende lui om hem heen in het busje maakte dat hij me niet verstond. Ik riep zo hard als ik kon nog een keer: ik heb ze! "Please talk English", antwoordde hij en de lijn werd verbroken. Op hoop van zegen had hij me begrepen en ging hij straks niet te voet naar de Roundhut om de  draadjes aan elkaar te knopen zodat hij hem kon starten.

Malang had ik al eerder voor donker op zijn fietsje naar huis gestuurd. Zijn moeder gebeld dat ik de sleutels gevonden had. "Come to get some lemono bah!" Jaja, niet dus, ik ga nu niet meer langs om grapefruits bij haar op te halen. Ik vind in het donker rijden lastig en blijf dan ook liever op de asfaltweg in plaats van af te slaan het dorp in.
Met de speciaal aangeschafte bril van Specsavers op mijn neus (voor als ik in het donker auto  zou moeten rijden) begaf ik me op weg. Oei! Het was wel erg donker. Als ik de eerste hoek om sla zie ik vaag iets op de weg.. een pion? Inderdaad met twee agenten ernaast. Ik stop en doodse stilte is het gevolg.

De lichten van de jeep zijn gedoofd. Juist, het accuprobleem van gisteren. Wat had AduBoy er aan gedaan om hem weer aan de praat te krijgen? Dat had hij niet gezegd en moest een verrassing blijven. "Sorry, my engine stops" lach ik tegen de agenten. "Is it you, Fatou?" vraag ik de vrouwelijke agent. " "Yes is me, he will help you to push." Haar maat stapt achter de jeep , ik ernaast en stuur hem volleerd (???) de berm in. Volledige donkerte. Ik voel in het handschoenenkastje waar de handel zit en open de motorkap. Zien doe ik niets, maar voelen kan altijd. Ik voel aan de polen van de accu en ontwaar een los boutje. Geen gereedschap natuurlijk. Zou niets geholpen hebben want er was niks te zien. Ik kruip laconiek achter het stuur en Broemm! hij slaat weer aan. Ik roep achterom naar de agenten : "Can I go? " Jajaja, taataa taa!!
Dolgelukkig dat ik het toch allemaal maar voor mekaar krijg, stop ik nog even bij de kruising van Malangs compound. Die grapefruits neem ik dan ook maar even mee. Na een kwartier begeef ik me eindelijk weer op weg. De emmer met citrusvruchten onder de bijrijdersstoel. En nu dan maar op Marijkes huis aan in Sanyang, normaal gesproken een twintig minuutjes rijden. Maar omdat ik nauwelijks iets zie op de weg rijd ik hooguit vijftig kilometer per uur.

"Wat zie ik daar?" praat ik hardop tegen mezelf. Iets hoogs en breeds voor me. Een Bushtaxi die misschien stopt voor een politiepost?  Ik schakel terug om ernstig remmen te voorkomen. Dichterbij gekomen blijkt het een vrachtwagentje te zijn zonder achterlichten, vol met jongens in de laadbak. Hoe zit het trouwens met mijn eigen achterlichten? Die deden het toen hij stil stond, maar ik sta er niet voor in hoe dat nu is.  Ik passeer overstekende honden, oei! net op tijd naar de linkerkant van de weg gestuurd! en mannen op oude fietsen die de berm in schieten. Ik praat tegen mezelf. Ja goed zo, nu naar rechts, niet in de lichten kijken van tegemoetkomend verkeer! Oh waar zijn we nu in vredesnaam?! Dit lijkt wel het bruggetje van Tujering, ok, klopt, nu komt er zo nog zo'n hekwerk langs de weg. Klopt ook. Dan moet Sambuyang komen. En daarna hoop ik de rode lampjes van de zendmast in Sanyang te zien. Met een brede grijns over zoveel geluk - de jeep heeft nog twee keer stil gestaan in die tijd - kom ik tegen tienen bij Marijke aan.
Ze ziet mijn lachende gezicht uit het raampje. "Ging het een beetje?" vraagt ze bezorgd. "Top! ik heb alles uiteindelijk steeds weer voor mekaar gekregen en het was een TopDag!"
Ze schenkt me een Baileys in met ijs. Een groter cadeau kon ze me niet geven.
Maleika, mijn Maraboe :-)

woensdag 2 maart 2016

05 Verwikkelingen.

De zon staat laag en werpt lange schaduwen. Nog een half uurtje dan is ze onder en daarmee is ook deze dag weer tot een redelijk einde gekomen. Ik zit fris gedoucht buiten op de nog zonnige betegelde veranda. De waterbak van de vogels heb ik net gevuld. Hopelijk komen ze me direct gezelschap houden. Voor alsnog moet ik het met het vogelgeluid van de telefoon doen. Omdat die de hele dag zonder wifi heeft gezeten haalt die nu zijn schade in lijkt het wel. Om de haverklap fluit hij dat er een berichtje of een of andere melding is. Dat zal moeten wachten want ik wil nu eindelijk wel weer eens schrijven. Hoewel me dat op een of andere manier màar moeilijk lukt

De dagen zijn lang en meer dan gevuld. De nachten zijn nog langer. Na twee uur slaap heb ik het gehad en begin te piekeren over de dag die komen gaat. Ik moet een hoop uitzoeken, antwoorden op vragen vinden en last-but-not-least : spullen traceren. In welk huis, op welke compound,  bij welke 'vriend', in welk dorp misschien wel staat mijn nieuwe accu? Waar heeft T. al zijn - veelal door mij aangeschafte-  gereedschap gelaten?! Gisteren kreeg ik op een niet onbelangrijke vraag antwoord. Na anderhalve week her en der wroeten - no, no, we dont know nothing - stond ik gisteren dan toch oog-in-oog met de enorme zuurstoffles en de niet in gewicht onderdoende gasfles waarmee T. zijn laswerk uitvoerde. Ik kon niet anders dan knikken toen ik ze in het donker in een hoek zag staan. De man die uiteindelijk de kamer - een donker hok met een zandvloer - waar het stond geopend had, stond er beteuterd bij, alsof hij elk moment van de meester op zijn kop kon krijgen dat hij de boel verraden had. "En waar zijn de slangen? En de meters?" deed ik er nog een schepje bovenop. Aarzelend tilde hij een stuk karton van een oliedrum . Die bleek leeg, op de dubbele slangen en meters na die diep op de bodem lagen verstopt. "Pick it up please and bring it to the car". Ik stond verbaasd over mijn eigen reactie. Wat ging ik er in godsnaam mee doen?! Maakt niet uit, eerst maar 'in veiligheid' brengen.  Want zodra ik hier weg ben en ze door hebben dat T. echt niet terugkomt wordt de hele handel verkocht. Of iemand eigent het zich domweg toe.
Al heb ik drie jaar geleden zijn lasbedrijfje gefinancierd, toch voelde het heel illegaal om zijn spullen daar weg te halen. Ik dacht er dan ook niet over datzelfde met de basisapparatuur te doen, al was het maar omdat dat met twee man nauwelijks te tillen is. Totdat me in een gesprek met Marijke duidelijk werd dat het niet meer dan logisch was om alles weg te halen. Dus met lood in de schoenen, niet voordat er eerst een enorme huilbui uit kwam, vertrok ik naar de garageplek waar ik de gisteren nog beteuterde man aan hoopte te treffen. Hoe zou hij wel niet reageren als ik hem verzocht alsnog het hok te openen om de rest ook mee te nemen?
Tussen de kriskras geparkeerde wrakken  zat hij op zijn knieën een uitlaat te solderen. Een mij  vertrouwd beeld. Ik hoefde niet bang te zijn emotioneel te worden want de tranen waren inmiddels op. Dus schoof ik op een oud chassis wat ijzer aan de kant en posteerde me relaxed tegenover hem. Sigaretje erbij en kijken wat er gebeurt. En vooral rustig blijven. In Nederland zou je zeggen dat je de spullen komt halen en of hij misschien even tijd heeft om mee te komen. Hier zeg je niks, behalve het standaard uitgebreide begroetingsritueel.
" Sumulee, ibidjee,  korte nante , ta nante, soekoenoen kole, ibidje."Wonderwel keek de man na een twintig minuten op en probeerde iets van een glimlach. Toen stond hij op en wurmde zich tussen de halve auto's door op zoek naar zijn baas. Oh jee, ik begon hem te knijpen. Zijn baas was vroeger de baas van T. Na tien jaar gratis voor hem gewerkt te hebben - T.'s opleiding was daarmee meer dan afgerond; hij was inmiddels de beste lasser van het dorp -  kwam die toubab hem aanbieden om voor zichzelf te beginnen met haar hulp.  En daarmee was hij zijn gratis werkkracht kwijt. Dat heeft hij mij een tijd duidelijk kwalijk genomen. Ik werd niet meer begroet. Kan hij nu weigeren de apparatuur  van T. mee te geven  aan mij? Rustig blijven, in ieder geval niet laten zien van wat er in je omgaat. De baas keek omhoog naar mij alsof hij me keurde. Toen weer naar de man die zijn verhaal deed. Ook Saynee kwam erbij staan, het hulpje van T. Aan zijn gezicht te zien vond hij het minstens zo spannend als ik. Als de flessen, meters en branders eenmaal weg zijn, zag ik hem denken, dan kan ik mijn toekomst als zelfstandig lasser wel vergeten. De baas gooide zijn hoofd met een knik naar links ten teken dat hij maar moest gaan. En zo reed ik met de man naast mij en Saynee achter op de reserveband hangend naar het hok om alles op te halen. We moesten twee keer rijden vanwege het gewicht. Eenmaal alles in de Roundhut stelde ik ze gerust: "Now T.'s things are safe". Ik voelde me een valsspeler want dat ze bij mij safe zouden zijn is maar net de vraag.

Ik mag dan blij zijn dat een aantal dingen terecht zijn, een aantal is dat ook niet en ik betwijfel of dat binnen een week nog tevoorschijn komt. Op de deur van de Roundhut prijkt een spiksplinternieuw hangslot. Het is duidelijk dat met het vertrek van T. de Roundhut allerminst afgeschreven is. Ik ben deze twee weken begonnen een nieuwe start te maken. Het moet toch lukken dat de tijd ondertussen haar werk doet en de herinneringen enigszins afgevlakt zijn.
Morgen de bananenbomen snoeien met een kennis. Want de eerste kammen zijn er gisteren door hem afgehaald. Nota bene de eerste na twee jaar water geven en verzorgen. En ik heb er nauwelijks aandacht voor gehad. Ze liggen in een doos na te rijpen. Zij wel.

donderdag 25 februari 2016

04 Zegeningen

Zegeningen.
Tel ze, zeg ik regelmatig tegen mezelf. Ok, 1 fles Baileys, een aangebroken rol  koek, 6 pruimen die in de week staan, 1 blik Kruidvat dieetpoeder ( maaltijdvervanger klinkt een stuk leuker), 1 doos sesam crackers, 1 tupperware met een restje kaas, een tas vol sinaasappels en enkele grapefruits, 2 flessen kraanwater, een halve zak suiker, een pot Buisman Capuccino en een overgebleven stuk stokbrood met verdroogde mayonaise. Verder een visacard die bijna geblokkeerd is vanwege foute  pincode , 5 liter  reservebenzine en ruim  500 dalasis. Mij  hoor  je  niet klagen.

Waarom zou ik ook? "Allah Akabarrr"  klinkt het uit de luidspreker aan de hoofdweg. De krekels sjirpen in de warme donkere tuin. Ergens staat een tv aan en hoor ik kindergeluiden. Ik zit op de veranda van de kamer die ik bij Marijke mag bewonen. Het licht is aan en daarmee is de wereld meteen beperkt. Buiten de tralies van de veranda is het nacht.  De vogels rusten  in bomen en bloeiende struiken. De  salamanders zijn weggekropen  tussen de warme stenen. En ik overdenk mijn dag.

Als je alles voor het eerst weer alleen doet kan dat twee kanten op werken. Je bent verdrietig en verlangt naar het oude. Of je verwelkomt je 'nieuwe' (oude) leven. Voor het eerst - naar Serekunda rijdend in mijn jeep - voelde ik me heerlijk. Eindelijk weer zelf rijden (ik liet T. dat altijd doen ivm politiecontroles en uit luiheid). Geen ergernissen want geen husband om op te mopperen.  Geen enkel probleem met politie. Sterker nog: ik lach ze in het Mandinka tegemoet en probeer van de dames zelfs hun naam te onthouden. Dus vanmiddag tegen de agente die er vanochtend ook al stond: " Hello Fatou, tiliburo benjadi? How are you?"  Ze lacht, duidelijk blij met zoveel herkenning. "Still here in the sun?"  "Tiloo.. "  antwoordt ze met een somber gezicht. Zon. Ja, ik benijd ze niet, staand in uniform met witte sokjes op een brandend hete asfaltweg. Met een "..in imbarra.."  tot besluit ( zet hem op, of zoiets..) kan ik weer doorrijden tot de volgende oranje pion midden op de weg.

Als ik gedaan heb wat ik moet doen ( zomaar om 13 uur alles geregeld) besluit ik  naar het strand te gaan. Jungle Beach in Sanyang. Dat betekent bijna naar huis rijden en vlak daarvoor de roodbruine zandweg op naar zee. De jeep knalt vrolijk door kuilen en potholes. Ik slinger hem van links naar rechts, het spoor van vorige auto's volgend. Rechts of links houden is hier niet aan de orde. Als ik bij een stuk kom waar het zand zo mul is dat ik geheid vast kom te zitten als ik vaart minder, houdt mijn tegenligger halt. Keurig laat hij me door het zand knallen voor hij zich er zelf in begeeft. Opeens begint de radio reggae muziek te loeien, het komt zowaar boven de motor uit. Opeens voel ik de vrijheid. Ik geniet zelfs van de muziek op die idioot slecht afgestemde radio vol ruis en gebrom. Even later plons ik in zee. En drijf. En zwem. En doe gym oefeningen. Tel je zegeningen Tien!

woensdag 24 februari 2016

03 Zo'n dag..

Dag vijf alweer. Het lijkt erop dat de even dagen Up zijn en de oneven Down. De hele dag rond gehangen bij de jeep. Totaal afgeragd probeer ik er nog wat van te laten maken. Op en af de hitte in. In de gaten houden wat ze er aan doen of juist niet doen. En ondertussen ontkwam ik er niet aan om het over T. te hebben. Zoveel vragen waar ik geen antwoord op heb. Waar is de nieuwe batterij van de Roundhut?! Waar is de nieuwe slijpschijf gebleven met poepdure discs?! Waar dit..? Waar dat..? Standaard antwoord: We don't know. Desondanks besluit ik toch door te gaan met mijn onderzoek. Er is teveel geld mee gemoeid en ik moet en zal de waarheid boven tafel krijgen.
Bij T.'s  laatste workshop zat een man stilletjes te niksen onder het afdakje van golfplaat. Standaardvraag: How is it? Standaard antwoord: we are managing. Wat zoveel betekent als 'waardeloos'. Geen klanten, geen werk. En dan waag ik het er maar meteen op: waar heeft Tapha zijn lasspullen gelaten? De gasfles? De zuurstoffles met de gesponsorde meters? Hij haalt zijn schouders op. Maar voor hij wil zeggen dat hij het niet weet zeg ik dat hij de waarheid moet spreken. "T. come with a friend and they put everything in de jeep". Ok duidelijk. " Abarraka! Fornjato!" Dank u wel en tot ziens. Weer afgestreept op het vragenlijstje.
Al eerder was ik naar de hoofdweg gegaan waar T. zijn nieuwe workshop zou starten. Op hoge poten wou ik wel eens zien wat er van de door mij gesponsorde elektriciteit terecht gekomen was. De meter hing er vast en ze zouden vast hard aan het werk zijn daar. AyAyAy.. ik kon het niet eens meer vinden vanwege het onkruid dat het schuurtje totaal aan het zicht onttrokken had. Metershoog had het alles overwoekerd en er was geen werkplaats te bekennen. De betonnen elektriciteitspaal was opvallend leeg; geen draad liep er naar het schuurtje. In Nederland had ik er vaak naar gevraagd. De meter zou nog steeds niet gekomen zijn. Dat was dan in ieder geval waar, althans dat hopen we. Nu moet ik morgen naar de elektriciteits maatschappij om alles op mijn  naam te laten zetten. daartoe heeft Omar een kruiwagen geregeld die ik morgen ter plekke op moet bellen. Ik zie er vreselijk tegenop, want bureaucratie en corruptie is wat me te wachten staat, plus waarschijnlijk een dag van bureau naar bureau gestuurd worden. Met aan het eind van de dag op zijn best een papier waar niet langer zijn naam boven prijkt.
Zo'n dag als vandaag, is slecht voor mij. Alles komt weer zo dichtbij. Ik weet hoe hij hier weggegaan is. Hij heeft niemand iets verteld en is er letterlijk tussenuit geknepen. Waarschijnlijk een oefening voor hoe hij bij mij later hetzelfde zou doen? Brr... afschuwelijk.

dinsdag 23 februari 2016

02 Knal! Pats! Boemm!

Geronk van zware zandtrucks in de verte en tere vogelgeluidjes dichtbij. Een zwaarlijvige duif zit in de boom met dunne takken en fijne lentegroene blaadjes, zachtgele bloesem  en lange groene peulen. Hij laat een dansende tak achter  als hij is gaan verzitten met zijn bolle lijf. Het pastelblauw van de lucht  en de -tig soorten groen van het paradijsje beneden mij staat in schril contrast met de betonnen dakrand waar ik overheen kijk.
Ik zit op het grote platte dak van Marijkes huis. Van oost naar west, van zuid naar noord, alle kanten kun je opkijken. Uiteindelijk besluit ik het tafeltje aan de zuidkant te zetten zodat ik uitzicht heb op haar binnentuin. Het is half acht en ik had me al tien keer omgedraaid en in het dunne dekentje gewikkeld. 's Ochtends tegen half vier word je er wakker van, de frisse ochtendkou. De muren van de kamer zijn weer koel en kunnen straks weer opwarmen in de zon die zich nu nog even niet laat zien vanwege de sluierbewolking.
Een nieuwe dag, met  - heel cliché - nieuwe kansen.

Niet meer dan twee klussen per dag doen had ik me voorgenomen. Als die klussen maar groot genoeg zijn kom je daar heus wel kapot moe uit. Gisteren me aan taak-01 gezet: de auto te checken. Op het eerste  gezicht -  en gehoor vooral ook -  was dat al een compleet drama. Knal! Bonk! Siss! Schrr..! welk geluid maakte hij niet toen ik ermee naar de bandenman reed? De stuurstang leek volledig vastgeroest. Zou ik het stuur zo meteen los in mijn handen houden? Hij had nog het meest weg van een trekker die vijf jaar op stal geparkeerd had gestaan, niet voordat hij eerst flink door de roodbruine Afrikaanse kleimodder was gereden.  Begon ik eerst nog met een emmertje de ramen te wassen , je begint ergens, tien minuten later rolde ik de vijftig meter slang uit en sloot de kraan aan. Die zou het eerste uur de boel flink onder handen nemen, te beginnen bij het binnenste. Want de onderkant van de jeep dorst ik nog maar even niet te overzien. Een blind paard kon er geen kwaad doen, dus spoot ik de hele auto uit, met stoelen en al. Zo. Dan de buitenkant. En dan onontkoombaar de onderkant. Dikke kluiten leem ontnamen mij het zicht op wat er eigenlijk hoorde te zitten, de assen etc. Met deze kleibekleding leek hij nog het meest op de Moskee in Djenné in Mali.  Op de stijve knieën met de spuit onder mijn arm zette ik eerst de boel in de week. Later maar meer.

Ondertussen had ik als tweede klus het inspecteren van de 'store' in Gunjur gepland. Iets waar ik vreselijk tegenop zie omdat Marijke al had gezien voor ik kwam hoe het erbij stond. Alle dozen open en een vreselijke tering bende. Toen Pap me dan ook zei dat hij er niet was omdat hij een drumgedoe moest filmen, was ik niet teleurgesteld. Of ik niet even mee wou. Het uur van de waarheid was aangebroken. Zou deze schone jeep misschien ook nog kunnen rijden vandaag?  Toen ik het sleuteltje in het contactslot stak was er zelfs geen tikje te horen. De accu was al vrijwel leeg toen Omar de jeep - eergisteren alweer - bracht. En nu had ik bij de inspectie van de lampen die ook maar voor het gemak niet uit gedaan. Met behulp van Marijkes jongens kon ik een half uur later toch nog de poort  uit hobbelen om de motor tot de volgende stop beslist niet meer uit te doen. En zo kwam ik met de kabels van Marijke achterin nog voor donker weer thuis.

zondag 21 februari 2016

01 Patts!!!!

Patttss!! Slechts een hoopje verkrummelde spin is er over van het gevaarte dat gisteravond platgedrukt tegen de grond van mijn slaapkamer lag met al zijn poten wijd uit gespreid. "Manlafi!" riepen de jongens altijd tegen me. Dood maken, hij deugt niet! Voornamelijk 's nachts lieten ze zich zien, plat tegen de muren of op de grond. En natuurlijk lagen ze me op te wachten als ik naar de wc moest. Liefst met drie tegelijk, loerend over de grond waar ik mijn blote voeten dreigde op te zetten. T. maakte ik dan wat beschaamd wakker. Hij wurmde zich uit de lakens die hij als een mummie om zich heen gewikkeld had en slaapwandelde op de boosdoeners af. Met een oog open knalde hij de slipper erop.  Zonder enig misbaar stapte hij weer in bed en ronkte verder alsof er niets gebeurd was.
Nu stond ik er alleen voor. Ik keek en keek en keek en nam een besluit. Kom op, je kan het! Niet teveel over  nadenken. En dus pakte ik mijn schoen, hief hem boven mijn hoofd alsof ik een boomstam doormidden moest slaan en liet hem vervolgens op het slome beest neerkomen. Pattss! "Wat is dat!? " hoorde ik Marijke verschrikt roepen. Niks, niks, ik sla een spin dood. Ik wel..

De Roundhut ben ik ontvlucht in de meest letterlijke zin van het woord. Met een vliegreis achter de kiezen en maar een uurtje slaap in de nacht ervoor bleek ik totaal niet opgewassen tegen het weerzien met mijn huis. Al op het zandweggetje werd mijn keel dicht geklemd en stonden de tranen in mijn ogen. Een mengeling van verdriet en angst. Wat zou ik te zien krijgen? Per chat had ik kunnen regelen dat de Roundhut schoongemaakt zou worden. " No problem Tin, we do it!" De compound lag er verlaten en droog bij. Treurig hingen de verdorde bladeren langs de dikke stam van de bananenplanten die al flink op weg waren bomen te worden. Trossen met kleine banaantjes zag ik uit mijn ooghoek. En een afrastering van visnetten langs palen die de compound in tweeën spleitte. Ik schrok. Waren de bananen die er nu opeens achter stonden, niet meer van mij?! Had de grondeigenaar die in mijn afwezigheid maar vast toegeëigend? Rustig, probeerde ik mezelf te sussen, misschien is het iets anders. Niets is wat het lijkt hier.

De deur van de Roundhut was met een enkele sleutel te openen. De ogen van het zware hangslot waren opvallend leeg. Weg. Een woord dat ik me meer dan me lief was zou herhalen die middag. Weg. De grote accu voor licht en het opladen van de apparatuur? Weg. De hangsloten op de 'kasten'? Weg. Ik sloeg mijn hand voor mijn mond alsof ik alle vloeken en verwijten probeerde binnen te houden. Op de vloer van de huiskamer was het een gezellig samenkomen van muizen en/of rattenpoep. Of van gekko's. Die hebben er met zijn allen lustig op los geleefd onder het golfplaten dak. Ik liep naar de slaapkamer nog steeds met mijn handen voor mijn mond. Alles wat achter het gordijn stond was onder gestoft. De bedden: een stofnest. Poep op de vloer. De logeerkamer was zo nog erger. De wasmand zat volgepropt met T. 's vuile was. De fik erin! En wel gauw, weg met die zooi! Ik deed daarentegen niets. De opgestapelde stoelen in de huiskamer trok ik met een hand van de lokale bankjes af. Plof! op de vloer.Niet opgewassen tegen dit weerzien van alles waar ik met T. geleefd had, zeeg ik op de rietenstoel neer aan de tafel die ik voor het raam getrokken had. Daar zat ik nou, met het hoofd in de handen alleen maar nee te schudden. Dit kon niet. Wat deed ik hier in godsnaam? Geen water, geen stroom, geen gas. Ik moest naar de wc maar wist dat er geen water was. Dus met de moed der wanhoop toch maar water halen bij de put. Daar stond het buurmeisje reeds te tappen alsof er niets gebeurd was. Weer met kind die zoals altijd, het op een krijsen zette bij het zien van die enge witte vrouw.  Direct al herkende ik een van mijn emmers. Nee, bezwoer ze me, ze waren van haar. Ze had geen mazzel want ik lustte iedereen rauw. " You never buy buckets. So?!"  en nam de reeds gevuld emmer en voegde die bij mijn eigen getapte geval.
Met twee veel te zware emmers verbaasde ik me erover dat ik 'vroeger' met T. samen elke ochtend 60 emmers rond bracht in de garden. Ik hees de twee emmers over de drempel en begreep terstond: dit gaat niet lukken in je eentje. Zoals wel meer me niet meer zou lukken hier. Het water stortte ik in de voorraad'pan' die naast het toilet staat. Om mee door te spoelen en mee te badderen. De twee emmers vulden slechts de bodem. Nee ik zou hier nooit meer kunnen wonen in mijn eentje. Aan tafel rookte ik de ene sigaret na de andere en besloot: weg hier! Weg! Mijn sponsordochter had ondertussen een laken op mijn bed gelegd. Haal het er maar weer af want ik blijf hier niet, krijste ik huilend. "Please Mama, don't cry. All will be ok.."  probeerde ze, maar tevergeefs. De kraan stond open en mijn weerstand was gebroken. Ik gooide wat logeerspullen in een tas en vertrok met de taxi van Djanko naar Boboi Lodge waar Mama woont. Ik zou in haar kamer gaan logeren. De eigenaar was in een slechte bui, groette niet en snauwde alleen maar Nee!!  toen ze hem om toestemming vroeg.
Ondertussen zat mijn kleinzoon moe en halfduttend op de achterbank van de taxi. Hij was sinds 11 uur die ochtend onderweg. Gelukkig was hij zo slim om bij aankomst op de compound direct naar zijn oude vriendjes te gaan om de hoek. Toen hij uiteindelijk binnenkwam was het ergste voorbij en kon ik hem het verhaaltje voorlezen dat ik voor hem in petto had: Een Speciale Dag van Kikker, "Toto", ons favoriete personage. Een toepasselijker verhaal had ik niet kunnen kiezen.

We lieten de Roundhut voor wat het was en verlieten de compound. Op naar T.s compound en die van Omar, om te kijken wat er van de jeep over was. Bij de eerste sprong Sally jankend tegen me op. Ze herkende me! Haar ene oog bleek verwoest maar gelukkig hadden ze de opdracht van Marijke de week ervoor om haar te wassen - ze zat onder het bloed - ter harte genomen. De jeep bleek niet klaar gemaakt want de accu moest geladen. ( Waarom heb je dat niet gedaan dan??!!)  Dus weer terug naar de Roundhut om een in der haast in mijn koffer gepropte lader op te halen. En ondertussen een weerzien met iedereen. Ik vermoed dat ik niet al te enthousiast over gekomen ben. Helaas..
Inmiddels was het donker geworden, waar nu naartoe? Djanko opperde een lodge in de buurt maar ik wilde niet alleen zijn en belde Marijke op in Sanyang. "Kom hier maar naartoe, ik heb nog een rommelkamer over". Dus brachten we Malang snel naar zijn moeder, ' my sista' Matou  in Kartong en togen daarna naar Sanyang, waar in plaats van een rommelkamer een heerlijk schoon bed op me wachtte in een gezellige kamer met naaimachine en al. Een enorme borrel deed me de zaak al gauw weer overzien. Ik had toch voor hetere vuren in mijn leven gestaan?! Gewoon wat rust nemen en na het weekend nog eens proberen.
En zo ga ik het doen. Niet in de laatste plaats dank zij mijn 'marabou'  Maleika.

dinsdag 2 februari 2016

00 2 februari 2016 Herkansing


Helaas  is het allemaal anders gelopen waardoor ik de reis in januari heb moeten annuleren. Nu ik aan de nieuwe situatie enigszins ga wennen - mijn partner is spoorloos verdwenen - heb ik besloten op 19 februari alsnog te gaan. Voor drie weekjes ipv drie maanden. Niet zozeer om in de zon te liggen of lekker vakantie te houden, als wel om dingen te regelen. Ik heb geen idee hoe de vlag erbij hangt in Gambia. Ook is het vooralsnog niet echt duidelijk waar alle sleutels zijn van huis, auto, etc.  Ik ga er maar van uit dat het goed komt.
Om mezelf te troosten heb ik een mini tablet aangeschaft. Ik hoop daar op te verhalen hoe het gaat.
..
..
.. ik zoek naar een positieve afsluiting, maar kan er helaas even niet veel meer van maken dan dit. Wordt vervolgd.